De ‘zonen van God’ in Genesis 6:2

Gevallen engelen

Kingcomments
Nederlands Deutsch English Français Português Español
  • Home
  • Informatie
  • Bijbelstudiedagen
  • Onderwerpen
  • Bijbelstudies
  • Oude Testament
    • Genesis
    • Exodus
    • Leviticus
    • Numeri
    • Deuteronomium
    • Jozua
    • Richteren
    • Ruth
    • 1 Samuel
    • 2 Samuel
    • 1 Koningen
    • 2 Koningen
    • 1 Kronieken
    • 2 Kronieken
    • Ezra
    • Nehemia
    • Esther
    • Job
    • Psalmen
    • Spreuken
    • Prediker
    • Hooglied
    • Jesaja
    • Jeremia
    • Klaagliederen
    • Ezechiël
    • Daniël
    • Hosea
    • Joël
    • Amos
    • Obadja
    • Jona
    • Micha
    • Nahum
    • Habakuk
    • Zefanja
    • Haggaï
    • Zacharia
    • Maleachi
  • Nieuwe Testament
    • Mattheüs
    • Markus
    • Lukas
    • Johannes
    • Handelingen
    • Romeinen
    • 1 Korinthiërs
    • 2 Korinthiërs
    • Galaten
    • Efeziërs
    • Filippenzen
    • Kolossenzen
    • 1 Thessalonicenzen
    • 2 Thessalonicenzen
    • 1 Timotheüs
    • 2 Timotheüs
    • Titus
    • Filémon
    • Hebreeën
    • Jakobus
    • 1 Petrus
    • 2 Petrus
    • 1 Johannes
    • 2 Johannes
    • 3 Johannes
    • Judas
    • Openbaring

Gevallen engelen

De ‘zonen van God’ in Genesis 6:2

Dat met zonen van God engelen bedoeld zijn, blijkt uit het boek Job (Jb 1:6; 2:1).

Zonen van God

De zonen van God die in Genesis 6:2 genoemd worden (Gn 6:2), zijn gevallen engelen “die hun oorsprong niet bewaard, maar hun eigen woonplaats verlaten hebben” (Jd 1:6) en een menselijke gestalte hebben aangenomen. De resultaten zijn er ook naar. Het levert “reuzen” op, “geweldenaars”, “mannen van naam”, indrukwekkende verschijningen.

Dat met zonen van God engelen bedoeld zijn, blijkt uit het boek Job (Jb 1:6; 2:1). De tegenstelling “Gods zonen” en “dochters van de mensen” ondersteunt die gedachte. Wat voor zin zou die tegenstelling hebben als met Gods zonen ook mensen zouden zijn bedoeld? Ook de gedachte dat het om een verbinding tussen gelovigen en ongelovigen zou gaan, is niet juist. De uitdrukking ‘zonen van God’ voor gelovigen wordt alleen in het Nieuwe Testament gebruikt (Gl 3:26; Rm 8:14,19) en is daar van toepassing op mannen én vrouwen.

Tijdens mijn zoektocht naar meer gegevens vond ik nog een artikel* dat ik met de lezer wil delen. Het geeft een antwoord op deze vraag dat de moeite waard is om mee te nemen bij het nadenken hierover. In het artikel plaats ik een sterretje bij enkele uitspraken waarover de Bijbel m.i. iets anders zegt of waar iets aan te vullen is. Ik laat het graag aan de geïnteresseerde lezer zelf over om dit in de Bijbel nader te onderzoeken en tot een eigen conclusie te komen.

[Begin artikel] Genesis 6:1-4 vertelt ons: “1 En het gebeurde, toen de mensen zich op de aardbodem begonnen te vermenigvuldigen en er dochters bij hen geboren werden, 2 dat Gods zonen de dochters van de mensen zagen, dat zij mooi waren, en zij namen zich vrouwen uit allen die zij uitgekozen hadden. 3 Toen zei de HEERE: Mijn Geest zal niet voor eeuwig met de mens twisten, omdat ook hij vlees is, maar zijn dagen zullen honderdtwintig jaar zijn. 4 In die dagen, en ook daarna, waren er reuzen op de aarde, toen Gods zonen bij de dochters van de mensen waren gekomen en die [kinderen] voor hen baarden; dit zijn de geweldenaars vanuit vroeger tijd, mannen van naam.”

Er zijn verschillende mogelijkheden geopperd over de vraag wie die zonen van God waren en waarom de kinderen die zij met de dochters van de mensen kregen, uitgroeiden tot een ras van reuzen (het hier gebruikte woord ‘Nephilim’ lijkt op giganten of reuzen te duiden).

De drie voornaamste standpunten over de identiteit van “Gods zonen” zijn (1) dat zij gevallen engelen waren, (2) dat zij machtige menselijke heersers waren of (3) dat zij godvruchtige nakomelingen van Set waren die met kwaadaardige afstammelingen van Kaïn trouwden. Het feit dat in het Oude Testament de zinsnede “zonen van God” altijd op engelen slaat (Jb 1:6; 2:1; 38:7) lijkt standpunt (1) meer gewicht te geven. Een potentieel probleem van (1) is Mattheüs 22:30, waarin we kunnen lezen dat engelen niet huwen (Mt 22:30). De Bijbel geeft ons geen reden om te geloven dat engelen een bepaald geslacht hebben** of in staat zijn zich voort te planten. Standpunten (2) en (3) hebben dit probleem niet.

Het zwakke punt van standpunten (2) en (3) is dat huwelijken tussen gewone menselijke mannen en gewone menselijke vrouwen niet verklaren waarom hun nakomelingen “reuzen” waren of “geweldenaars vanuit vroeger tijd”. Bovendien: waarom zou God besluiten om een zondvloed over de aarde uit te storten (Gn 6:5-7) als Hij huwelijken tussen machtige mannen of nakomelingen van Set met gewone vrouwen of nakomelingen van Kaïn nooit had verboden. Het naderende oordeel in Genesis 6:5-7 (Gn 6:5-7) is verbonden aan de gebeurtenissen in Genesis 6:1-4 (Gn 6:1-4). Alleen het obscene, perverse huwelijk van gevallen engelen met menselijke vrouwen lijkt een dergelijk zwaar oordeel te rechtvaardigen.

Het zwakke punt van (1) is dat Mattheüs 22:30 zegt: “Want in de opstanding trouwen zij niet en worden niet uitgehuwelijkt, maar zij zijn als engelen <van God> in de hemel” (Gn 22:30). Maar de zwakte van dit argument kan worden omzeild met de opmerking dat de tekst niet stelt dat ‘engelen niet kunnen trouwen’. In plaats daarvan zegt de tekst dat engelen niet trouwen. Ten tweede gaat Mattheüs 22:30 over de “engelen in de hemel”. Het gaat dus niet over gevallen engelen, die zich niet druk maken om Gods geschapen orde en er actief naar streven om Gods plan te dwarsbomen. Het feit dat Gods heilige engelen niet trouwen en geen seksuele relaties hebben betekent niet dat hetzelfde ook geldt voor satan en zijn demonen.

Ik geloof dat (1) het meest waarschijnlijke standpunt is. Jazeker, er bestaat een interessante ‘tegenstrijdigheid’ wanneer we zeggen dat engelen geslachtloos zijn en vervolgens beweren dat “Gods zonen” gevallen engelen waren die zich voortplantten met menselijke vrouwen. Maar hoewel engelen geestelijke wezens zijn (Hb 1:14), kunnen zij toch in een menselijke, lichamelijke vorm verschijnen (Mk 16:5). De mannen van Sodom en Gomorra wilden seksuele omgang hebben met de twee engelen die Lot bezochten (Gn 19:1-5).

Het is plausibel dat engelen in staat zijn om een menselijke gedaante aan te nemen, op die manier menselijke seksualiteit kunnen nabootsen en zich mogelijk zelfs kunnen voortplanten***. Waarom gevallen engelen dit niet vaker doen? Het lijkt erop dat God de engelen die deze kwaadaardige zonde begingen gevangen heeft gezet, zodat de andere gevallen engelen niet hetzelfde zouden doen zoals beschreven in Judas :6 (Jd 1:6)****. Vroege Joodse vertalers en apocriefe en pseudografische teksten zijn unaniem van mening dat de “zonen van God” uit Genesis 6:1-4 gevallen engelen zijn. Daarmee is het debat nog lang niet afgesloten, maar het standpunt dat Genesis 6:1-4 betrekking heeft op gevallen engelen en menselijke vrouwen heeft een sterke contextuele, grammaticale en historische basis. [Einde artikel]

* https://www.gotquestions.org/Nederlands/zonen-van-God.html.

** Ik heb in een eerste versie van mijn commentaar over Mattheüs 20:30 ook gezegd dat engelen geslachtloos zijn. Iemand wees me erop dat dat niet juist is. Er zijn meerdere passages in de Bijbel waarin wel het geslacht van engelen wordt genoemd. Overal waar dat gebeurt, wordt er een mannelijke aanduiding gebruikt (bijv. Gn 18:1-2; 19:1-2; Ri 13:3,6; Mk 16:5). Naar aanleiding daarvan heb ik de uitdrukking ‘geslachtloos’ in verbinding met engelen uit mijn commentaren verwijderd.

***Niets wijst erop dat engelen zich kunnen voortplanten. Integendeel. Engelen zijn geschapen in een door God bepaald, enorm aantal. Hun aantal vermindert of vermeerdert nooit (Jb 38:7). Dat veranderde niet toen een gedeelte afvallig werd door de satan te volgen. In Openbaring 5 is sprake van “tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen” (Op 5:11) en dat betreft dan nog alleen de uitverkoren, niet-gevallen engelen.

**** De aanname dat deze engelen door God gevangen zijn gezet om andere gevallen engelen niet hetzelfde zouden doen, lijkt mij nogal vergezocht. Alsof gevallen engelen ergens voor terug zouden schrikken. We moeten nog eens goed kijken naar wat Judas er in zijn brief over zegt. Hij noemt een speciale categorie gevallen engelen: “engelen die hun oorsprong niet bewaard, maar hun eigen woonplaats verlaten hebben” (Jd 1:6). “Hun oorsprong” wil zeggen ‘hun oorspronkelijke toestand’ of ‘hun oorspronkelijke staat’. Ze veranderden van gedaante. “Hun eigen woonplaats”, dat is “de hemel”, hebben ze “verlaten”, dat wil hier zeggen ‘voorgoed verlaten’. Ze zijn volledig afvallig geworden van het doel waarvoor ze door God geschapen waren.

Dit kwaad is zo erg dat God deze engelen elke bewegingsvrijheid heeft ontnomen. Hij heeft hen nu al geboeid met “eeuwige boeien”, dat zijn boeien die ze tot in eeuwigheid zullen dragen, en hen nu al in “duisternis” opgesloten, zodat ze nooit meer het licht zullen zien. Zij worden daar “bewaard” tot het definitieve oordeel over hen wordt voltrokken.

NB Ingeval je wat meer wilt weten over engelen, kun je daarvoor terecht op mijn website www.kingcomments.com > onderwerpen > ‘engelen ze zijn er weer’

Met vriendelijke groet,

Ger de Koning

Al deze Bijbelstudies zijn in druk verschenen bij Uitgeverij Daniël.

© Copyright

© 2026 Auteur G. de Koning
© 2026 Websiteontwerp E. Rademaker
© 2026 Uitgeverij Daniël, Urk, NL. www.uitgeverijdaniel.nl

Privacy policy

Niets uit deze uitgave mag – anders dan voor eigen gebruik – worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van ‘Stichting Titus’ / ‘Uitgeverij Daniël’ of de auteur.

Google Play