Bijbelonderwijs in China

Eerste reis naar China Tweede reis naar China Derde reis naar China Vierde reis naar China Vijfde reis naar China Zesde reis naar China - ging niet door Zesde reis naar China – 2026

Kingcomments
Nederlands Deutsch English Français Português Español
  • Home
  • Informatie
  • Bijbelstudiedagen
  • Onderwerpen
  • Bijbelstudies
  • Oude Testament
    • Genesis
    • Exodus
    • Leviticus
    • Numeri
    • Deuteronomium
    • Jozua
    • Richteren
    • Ruth
    • 1 Samuel
    • 2 Samuel
    • 1 Koningen
    • 2 Koningen
    • 1 Kronieken
    • 2 Kronieken
    • Ezra
    • Nehemia
    • Esther
    • Job
    • Psalmen
    • Spreuken
    • Prediker
    • Hooglied
    • Jesaja
    • Jeremia
    • Klaagliederen
    • Ezechiël
    • Daniël
    • Hosea
    • Joël
    • Amos
    • Obadja
    • Jona
    • Micha
    • Nahum
    • Habakuk
    • Zefanja
    • Haggaï
    • Zacharia
    • Maleachi
  • Nieuwe Testament
    • Mattheüs
    • Markus
    • Lukas
    • Johannes
    • Handelingen
    • Romeinen
    • 1 Korinthiërs
    • 2 Korinthiërs
    • Galaten
    • Efeziërs
    • Filippenzen
    • Kolossenzen
    • 1 Thessalonicenzen
    • 2 Thessalonicenzen
    • 1 Timotheüs
    • 2 Timotheüs
    • Titus
    • Filémon
    • Hebreeën
    • Jakobus
    • 1 Petrus
    • 2 Petrus
    • 1 Johannes
    • 2 Johannes
    • 3 Johannes
    • Judas
    • Openbaring

Zesde reis naar China – 2026

Bijbelonderwijs in China

Verslag van een bezoek aan China van 16-07-2026 tot 04-08-2026

Lieve allemaal,

We zijn weer veilig terug in Nederland. We hebben ervaren dat onze God alles wat we hebben mogen doen en beleven tevoren heeft bereid, opdat we daarin zouden wandelen (Ef 2:10). Echt alles is door Hem geregeld. Van begin tot eind is de Heer vooropgegaan en wij hoefden niets anders te doen dan te volgen. We konden ook niet anders. Allen die voor deze reis hebben gebeden, hebben daaraan meegewerkt: bedankt daarvoor. We hebben veel mogen delen met de gelovigen en veel van hen ontvangen en geleerd. We hebben ook veel van het land mogen zien. In een kort verslag delen we graag enkele van onze indrukken met jullie.

De aanleiding voor het bezoek aan China was een appje dat br. T. me op 4 juni stuurde. Daarin stelde hij kort de vraag: ‘Met betrekking tot een bezoek aan Harbin, ben je in de gelegenheid om mee te gaan? Vanaf 20 juli voor een dag of tien.’

Deze vraag was de vervulling van een langer gekoesterde wens of de Heer nog een keer de gelegenheid zou geven om onze broeders en zusters in dat land te bezoeken, als een soort afscheidsbezoek. We zijn daar van 2012 tot 2016 elk jaar aan het eind van het jaar geweest om onderwijs te geven. Het eerste bezoek kwam ook voort uit een plotseling verzoek van br. T. om eens met hem mee te gaan. Na 2016 gingen de deuren dicht. En nu, na tien jaar, was daar ineens weer dit verzoek. Zr. B. uit China, die in België woont en met wie we eerder in China zijn geweest, heeft nog een bezoek aan Shenyang geregeld.

Op donderdag 16-07 vertrokken we om 13.00 uur vanuit Brussel en kwamen op vrijdag 17-07 om 08.30 uur in Harbin aan. Daar werden we door br. J. en zijn dochter, die wat Engels spreekt, opgehaald en naar een hotel gebracht. Br. J. had ook ons vorige bezoek in 2012 en 2013 geregeld. Het was een hartelijk weerzien. We waren een paar dagen eerder gekomen om eerst wat uit te rusten en ons enigszins aan te passen aan het tijdsverschil van zes uur.

Van dinsdag 21-07 t/m vrijdag 24-07 heb ik de geplande studies over de brief aan de Romeinen mogen geven, elke dag vijf keer 1 uur en 20 minuten. Het waren lange, door de Heer gezegende dagen, een voorrecht en een vreugde om in een rustig tempo samen de hele brief in ons op te nemen. We zijn onder de indruk gekomen van het werk van de Heer Jezus, het voornemen van God, dat wij nu in Christus de gerechtigheid van God hebben ontvangen, waardoor we vrije toegang tot God hebben en Hem ‘Abba, Vader’ mogen noemen.

Om de locatie van de studies, gelegen in een industriegebied, te bereiken moesten we een uur rijden. Boven een werkplaats was een studieruimte gebouwd, buiten het zicht van de buitenwereld. Als we aankwamen, werd er vanuit de auto (met verduisterde ramen) gebeld, de grote deur van het gebouw ging open en wij reden naar binnen. Het zingen van de broeders en zusters die de studies volgden, klonk ons tegemoet. Het waren dit keer broeders en zusters uit niet-geregistreerde huisgemeenten in en om Harbin. Br. J. is hiervoor enkele keren gearresteerd, maar gaat door.

We zijn opnieuw onder de indruk gekomen van hun honger naar Gods Woord. Bij het afscheid was er opluchting dat alles goed is verlopen, zonder ‘ongewenst bezoek’. Er kwam zelfs de vraag om nog eens terug te komen. Daar mogen zij, en wij, voor bidden.

Zaterdagmorgen zijn we met de trein 700 km gereisd naar de volgende plaats, Kuandian, in de buurt van de grens met Noord-Korea. Terwijl we in de stationshal wachtten, vroeg ik aan br. T. hoe vaak hij in China kwam om de gemeenten te onderwijzen. Er zijn perioden dat hij er wekelijks komt, dat wil zeggen in het zuiden. Daarvoor is hij dan een uur of vier onderweg. Daarna vroeg ik hoe hij aan deze bediening is gekomen, en ook aan al die contacten. Dat kwam door lectuurwerk vanuit de boekhandel in zijn woonplaats. Er kwamen steeds meer vragen om onderwijs.

Daarna vroeg ik hem hoe hij tot bekering was gekomen. Hij vertelde dat hij in een afgodische clan of stam is opgegroeid, waarin zijn vader een voorname plaats had. Toen hij ging studeren, kwam hij in contact met medestudenten die met hem over de Heer spraken. Hun vriendelijkheid en liefde deden wat met hem; hij ervoer iets wat hij niet kende.

De sfeer waarin hij was opgegroeid was er een van duistere invloeden en angst. Hij hoorde ook steeds stemmen die hem tot bepaalde daden wilden aanzetten. Toen zijn medestudenten hem vroegen of hij een keer mee wilde naar een bijeenkomst, wilde hij eerst niet, maar toch ging hij een keer mee. Dat heeft geleid tot zijn bekering. Omdat de studenten met wie hij contact had naar een bepaalde samenkomst gingen, ging hij met hen mee. Daar heeft zijn bediening zich ontwikkeld. Hij had Engels gestudeerd en gaf daarin les. In de gemeente begon hij met kinderwerk, wat hij prachtig vond. Later vroeg een broeder hem een keer het Woord te brengen. Hij heeft lectuur van Engelse broeders in het Chinees vertaald. Hij bezocht ook studies en conferenties. Dat heeft allemaal meegewerkt aan de ontwikkeling van zijn bediening.

In Kuandian werden we door zr. E. ontvangen. Ze had erg naar ons bezoek uitgezien. Toen ze hoorde dat we naar China zouden komen, had ze er bij br. T. op aangedrongen dat we haar zouden bezoeken. We hebben elkaar 14 jaar geleden ontmoet tijdens het eerste bezoek dat ik aan Harbin bracht voor een week studies. Daarvan is ze onder de indruk gekomen. Ze viel me toen al op door haar intense luisteren naar het Woord. Ook hoorde ik dat ze uit een gebied in China kwam dat aan Noord-Korea grenst.

Het was enige tijd de vraag of ze ons kon ontvangen, want enkele weken voor ons bezoek had ze een ernstig auto-ongeluk gehad. Daarbij zijn haar been op twee plaatsen en haar arm op drie plaatsen gebroken. Ook haar kaak is gebroken. Toen we bij haar kwamen, was ze nog volop aan het revalideren. Een gepensioneerde dokter kwam haar twee keer per dag verzorgen. Willy werd ook ingeschakeld en kon haar helpen met douchen, haar wassen, aankleden, naar de wc gaan e.d. Tijdens ons verblijf bij haar is ze steeds beter gaan lopen. Br. T. zei dat Willy haar therapie was. We hebben extra waardering gekregen voor de dienstbaarheid van br. T. ten opzichte van zr. E. en hebben ervan geleerd: niet alleen samen onderwijs geven, maar ook samen praktische hulp verlenen, in dit geval vooral Willy met br. T. Zo leer je elkaar op een andere, aanvullende manier kennen.

Zr. E. had ons uitgenodigd om bij haar tot rust te komen. We kunnen niet zeggen dat dit is gelukt, maar toch was het goed. Het hoorde bij ‘de goede werken’ die de Heer tevoren voor ons had bereid om daarin te wandelen.

Ze wilde ons verwennen en had enkele uitjes voor ons voorbereid. Ze kende veel mooie gebieden in de omgeving, zoals watervallen en het bosrijke grensgebied met Noord-Korea. De samenkomst was helaas enkele jaren daarvoor gestopt. Br. T. vertelde dat Noord-Koreanen die het land konden ontvluchten, zich hier in de bergachtige omgeving verborgen. Zoals gezegd, het is niet ver van de grens met Noord-Korea. Hij vertelde iets over de onmenselijke behandeling die de mensen, met name de gevangenen, in dat land ondergaan. Dan roept het gebied waarin je je op dat moment bevindt een bijzondere sfeer op en bid je weer eens extra voor de mensen, in het bijzonder voor de gelovigen daar. Br. T. vertelde dat hij een brief van een van die vluchtelingen had gelezen. Daarin stond dat we niet moesten bidden voor een verandering van regime, maar voor standvastigheid in het geloof.

Dat sprak ons nog meer aan toen we op een dag naar Dandong gingen, aan de grens met Noord-Korea. Een vorige keer zijn we daar ook geweest en zijn we de brug opgelopen die tot halverwege de rivier gaat en daar ophoudt. Deze keer zijn we met een boot langs de grens met Noord-Korea gevaren. We zagen het hekwerk en prikkeldraad langs de grensrivier. Op open plekken zagen we regelmatig soldaten patrouilleren. Je kunt er niet uit en ook niet in, het is hermetisch van de buitenwereld afgesloten. Het werd ons ook met klem verboden er foto’s van te maken. Toen we terugreden, zagen we langs de rivier torenhoge, moderne flats staan. Ons werd verteld dat het allemaal voor de show was. Er woonde niemand, en alleen enkele onderste verdiepingen hadden ramen. Het moet de indruk geven dat het een welvarend land is, waar het goed wonen is.

Op een avond wilde zr. E. (51) graag haar getuigenis delen. Wat ons het meest aangreep, was dat ze onder tranen vertelde dat ze, omdat ze een meisje is, niet geliefd werd door haar ouders. Enige tijd nadat ze was getrouwd en ze een kind hadden gekregen, is ze door haar man verstoten. Door een ernstig ongeluk is ze gaan bidden of de Heer haar wilde sparen, en wilde ze haar leven aan Hem geven. Haar zoon is grotendeels opgevoed door de moeder van zr. E., die hem tegen haar heeft opgezet. Haar zoon ging eerst nog mee naar de gemeente, maar wilde dat later niet meer. Hij is naar Peking verhuisd om te studeren. Daar heeft hij zijn naam laten veranderen. Hij heeft haar na het ongeluk dat ze enkele weken geleden heeft gehad, nooit bezocht. Het is allemaal een groot verdriet voor haar. Ze heeft veel meer verteld, maar dit is het zwaarste leed. Ze vindt haar troost bij de Vader, maar de pijn blijft groot.

Br. T. had goed gezien hoezeer de aandacht en hulp haar goed deden. Willy en zr. E. verstonden geen woord van elkaar, maar de taal van de liefde overstijgt de barrière die door de spraakverwarring is ontstaan. Toen ze ’s morgens bad (br. T. vertaalde), zei ze onder tranen tegen de Heer dat ze 51 jaar lang geen ouderliefde had gekend, maar dat ze die bij Willy had ervaren.

Donderdag zijn we met de auto naar Shenyang gebracht. Daar werden we opgewacht door zr. H., de vriendin van zr. B., die we in België kennen en met wie we eerder al in Shenyang zijn geweest. Zij begroette ons hartelijk. Tijdens ons verblijf in Shenyang heeft ze ons overal heen gereden om ergens te eten, mensen te ontmoeten of iets van de natuur te laten zien.

Nadat we ons hadden geïnstalleerd in ons nieuwe onderkomen, haalde ze ons op om naar een restaurant te gaan. In veel restaurants kun je een aparte kamer huren om privé bij elkaar te zijn. Daar was ook haar zoon D., die voor me vertaalde. Even later kwam daar ook br. Z., die een huisgemeente leidt. Het was een voorrecht hem te leren kennen. Hij maakte indruk op ons door zijn eenvoud. Hij wil dat de gemeente waarvoor hij verantwoordelijk is, gezond onderwijs krijgt. Van zr. B. in België had hij over mij gehoord en iets van mij gelezen. Dat had hem de indruk gegeven dat we over het Woord hetzelfde denken. Dit was een eerste kennismaking.

Zondag heb ik bij hem in de gemeente een boodschap uit het Woord mogen doorgeven. We wandelden erheen met mondmasker en pet op. Omdat overal in de stad camera’s hangen, was ons gevraagd dat in de buurt waar de gemeente samenkomt te doen. D., de zoon van zr. H., heeft me vertaald. Velen luisterden gretig en maakten instemmende gebaren. Daarna hebben we weer met elkaar gegeten en heb ik kennisgemaakt met een medewerker van br. Z. Deze medewerker is in Dubai tot geloof gekomen en heeft een aantal jaren in Saoedi-Arabië gewoond om daar mensen met de weg van de behoudenis bekend te maken. We hebben elkaar maandagmiddag weer ontmoet. Daarover hieronder meer.

Later op de middag heeft zr. H. ons in contact gebracht met drie gelovigen: een zr. J. en de brs. J. en D., alle drie rond de 30 jaar. Onder de naam ADS (Antioch Disciple School, naar Hand. 11:26) bieden ze jonge mannen de mogelijkheid onderwezen te worden uit het Woord. Ze hebben daarvoor een tweejarig programma. De zuster geeft les in Engels, de twee broeders onderwijzen het Woord. Ze zien dat het Woord niet toestaat dat de vrouw de leer onderwijst (1 Tim 2:11-14). Dat was verheugend om te horen in een land waarin zoveel vrouwen voorgangers van gemeenten zijn en onderwijs geven. Maar dan moeten er wel mannen zijn. Het is niet zozeer een vrouwenprobleem, maar een mannenprobleem. Zoals mij bij eerdere bezoeken werd verteld, willen veel vrouwen in niet-erkende huisgemeenten graag plaatsmaken voor mannen, maar dan moeten ze er wel zijn.

ADS wil mannen stimuleren hun verantwoordelijkheden te zien en hen helpen het Woord te begrijpen, om dat op hun beurt weer door te geven. Hun motto is ‘2T22’, dat staat voor 2 Tim 2:2: “En wat je van mij gehoord hebt onder vele getuigen, vertrouw dat toe aan trouwe mensen, die bekwaam zullen zijn ook anderen te leren.” Zij hebben het op hun hart daaraan hun bijdrage te leveren. Ze willen daarin graag geholpen worden. We bidden ervoor op welke manier dat zou kunnen.

Maandagmiddag hebben we nog een ontmoeting gehad met enkele verantwoordelijken van huisgemeenten. We hebben met elkaar gesproken over de situatie van de gelovigen in China. Er is nog steeds een zekere mate van vrijheid, maar de druk neemt toe. Dat is in Shenyang zeker het geval. Wat vooral indruk op ons maakte, is het landelijke verbod om kinderen onder de 18 jaar mee te nemen naar de gemeente. We hadden ervan gehoord, maar wilden het graag van hen zelf horen. De bedoeling daarvan is om de volgende generatie los te maken van het geloof. Dat vraagt van ons dat wij voor hen aan de Vader vragen, en ook dat we Hem vragen dat de ouders hun kinderen onderwijzen. Het gezin is immers de eerste plaats waar ze worden gevormd en het goede nieuws moeten horen.

Toen we afscheid namen, werd ons gevraagd terug te komen. Wij hebben tegen elkaar gezegd dat zij en wij dat aan onze Heer gaan voorleggen.

Daarna heeft zr. H. ons naar het vliegveld gebracht.

We zijn benieuwd wat de Heer ons verder te doen geeft om de Zijnen daar te dienen. Enkele keren zijn we herinnerd aan het woord uit 1 Kor 15:58: “Daarom, mijn geliefde broeders, weest standvastig, onbeweeglijk, altijd overvloedig in het werk van de Heer, daar u weet dat uw arbeid niet vergeefs is in [de] Heer.” Daar hebben we elkaar mee bemoedigd en daarmee willen we ook jullie bemoedigen. Het woord “daarom” waarmee dit vers begint, verwijst terug naar het voorgaande gedeelte. Daarin gaat het om de komst van de Heer voor ons. In het besef van Zijn komst mogen we het werk voor Hem doen dat Hij ieder van ons te doen geeft op de plaats waar wij voor Hem mogen leven.

Het maakt niet uit waar je bent en wat je doet, als je maar bent waar Hij je hebben wil en wat je doet voor Hem doet. Het gaat niet om de erkenning en waardering van mensen, maar om Zijn erkenning en waardering. Hij zal alles wat voor Hem is gedaan, belonen als Hij terugkomt: “het zal u worden vergolden in de opstanding van de rechtvaardigen” (Lk 14:14). Is er een mooiere vergelding denkbaar dan uit Zijn mond te horen: “Voortreffelijk, goede en trouwe slaaf, over weinig ben je trouw geweest, over veel zal ik je stellen; ga de vreugde van je heer in” (Mt 25:21,23)?

Een hartelijke groet in Hem Die spoedig komt, met Zijn loon bij Zich, om een ieder te vergelden zoals zijn werk is (Op 22:12),

Ger en Willy

Al deze Bijbelstudies zijn in druk verschenen bij Uitgeverij Daniël.

© Copyright

© 2026 Auteur G. de Koning
© 2026 Websiteontwerp E. Rademaker
© 2026 Uitgeverij Daniël, Urk, NL. www.uitgeverijdaniel.nl

Privacy policy

Niets uit deze uitgave mag – anders dan voor eigen gebruik – worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van ‘Stichting Titus’ / ‘Uitgeverij Daniël’ of de auteur.

Google Play