De antichrist

De antichrist

Kingcomments
Nederlands Deutsch English Français Português
  • Home
  • Informatie
  • Bijbelstudiedagen
  • Onderwerpen
  • Bijbelstudies
  • Oude Testament
    • Genesis
    • Exodus
    • Leviticus
    • Numeri
    • Deuteronomium
    • Jozua
    • Richteren
    • Ruth
    • 1 Samuel
    • 2 Samuel
    • 1 Koningen
    • 2 Koningen
    • 1 Kronieken
    • 2 Kronieken
    • Ezra
    • Nehemia
    • Esther
    • Job
    • Psalmen
    • Spreuken
    • Prediker
    • Hooglied
    • Jesaja
    • Jeremia
    • Klaagliederen
    • Ezechiël
    • Daniël
    • Hosea
    • Joël
    • Amos
    • Obadja
    • Jona
    • Micha
    • Nahum
    • Habakuk
    • Zefanja
    • Haggaï
    • Zacharia
    • Maleachi
  • Nieuwe Testament
    • Mattheüs
    • Markus
    • Lukas
    • Johannes
    • Handelingen
    • Romeinen
    • 1 Korinthiërs
    • 2 Korinthiërs
    • Galaten
    • Efeziërs
    • Filippenzen
    • Kolossenzen
    • 1 Thessalonicenzen
    • 2 Thessalonicenzen
    • 1 Timotheüs
    • 2 Timotheüs
    • Titus
    • Filémon
    • Hebreeën
    • Jakobus
    • 1 Petrus
    • 2 Petrus
    • 1 Johannes
    • 2 Johannes
    • 3 Johannes
    • Judas
    • Openbaring

De antichrist

De antichrist

‘Antichrist’ is de vertaling van het Griekse woord ‘antichristos’. Grieks: αντί, anti = 'tegen' en 'in plaats van'. Grieks: χριστος, christos = Christus. Zijn naam is de uitdrukking van zijn wezen en handelen: hij is tegen Christus en neemt de plaats in van Christus als de ware Christus (Messias).

Inleiding De antichrist en zijn andere namen De antichrist en vele antichristen De leugenaar De geest van de antichrist De verleider en de antichrist De mens van de zonde, de zoon van het verderf Het beest uit de aarde De valse profeet Het einde van de antichrist Die koning De dwaze herder

Inleiding

‘Antichrist’ is de vertaling van het Griekse woord ‘antichristos’. Grieks: αντί, anti = 'tegen' en 'in plaats van'. Grieks: χριστος, christos = Christus. Zijn naam is de uitdrukking van zijn wezen en handelen: hij is tegen Christus en neemt de plaats in van Christus als de ware Christus (Messias).

De Heer Jezus wijst in Johannes 5 ondubbelzinnig op de antichrist, hoewel Hij zijn naam niet noemt (Jh 5:43). Hij doet dat in verbinding met Zijn verwerping door Zijn volk. Hij zegt tegen hen dat hun gezindheid en houding tegenover Hem de weg openen voor de komst van “een ander” die “komt in zijn eigen naam”, waarmee Hij de antichrist bedoelt. Die zullen ze wel aannemen. Dat dit zo is, maken de betekenis van zijn naam en teksten die over deze persoon gaan duidelijk.

De antichrist en zijn andere namen

In het Nieuwe Testament gebruikt alleen de apostel Johannes in zijn brieven de naam “antichrist” (1Jh 2:18,22; 4:3; 2Jh 1:7b).

De antichrist wordt ook genoemd:
- de leugenaar (1Jh 2:22)
- de verleider (2Jh 1:7b)
- de mens van de zonde (2Th 2:3)
- de zoon van het verderf (2Th 2:3)
- de wetteloze (2Th 2:8)
- het beest uit de aarde (Op 13:11-17)
- de valse profeet (Op 16:13; 19:20; 20:10)

In het Oude Testament wordt profetisch naar de antichrist verwezen onder de naam:
- die koning (Dn 11:36-39)
- een dwaze herder (Zc 11:15-17)

Aan de hand van de hierboven genoemde namen en Schriftplaatsen gaan we na wat de kenmerken en de werkwijze van de antichrist zijn. We beginnen met wat Johannes in zijn brieven zegt.

De antichrist en vele antichristen

“Kinderen, het is [het] laatste uur; en zoals u hebt gehoord dat [de] antichrist komt, zijn er ook nu vele antichristen gekomen, waaraan wij weten dat het [het] laatste uur is.” (1Jh 2:18)

Johannes wijst de baby’s in het geloof erop dat ze in het laatste uur leven. Zij vormen in het bijzonder een prooi voor de gevaren die het “laatste uur” kenmerken. Het laatste uur wordt namelijk gekenmerkt door de komst van “vele antichristen”.

Dé antichrist is er nog niet, hij moet nog komen, maar hij heeft wel zijn voorlopers en wegbereiders. Dat zijn de antichristen en het zijn er veel. Antichristen zijn personen die valse leringen brengen over de Vader en de Zoon (1Jh 2:22). Valse leringen over Christus vinden gemakkelijker ingang bij pasbekeerden dan bij de vaders in Christus, de gerijpte gelovigen voor wie Christus alles is.

De leugenaar

“Wie is de leugenaar dan hij die loochent dat Jezus de Christus is? Deze is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent.” (1Jh 2:22)

“De leugenaar”, dat is de antichrist, heeft de leugen lief. Hij bedient zich van de leugen. Dat kun je herkennen aan een tweeledige loochening. Hij loochent namelijk
1. “dat Jezus de Christus is” en
2. “de Vader en de Zoon”.
Hij is in zijn leugenachtigheid het topinstrument van de duivel, de vader van de leugen (Jh 8:44). In hem komt de leugenachtigheid van de duivel ten volle tot uiting komt. De speerpunt van zijn loochening is de Heer Jezus.

Eerst lezen we dat hij loochent ‘dat Jezus de Christus is’. Dit betekent dat hij ontkent dat de Mens Jezus Dezelfde is als de Christus van God. ‘Christus’ (Grieks) is hetzelfde als ‘Messias’ (Hebreeuws). Beide namen betekenen ‘gezalfde’. Als Christus of Messias staat Zijn verbinding met het Joodse volk op de voorgrond.

Vervolgens lees je dat hij ‘de Vader en de Zoon’ loochent. Dit betekent dat hij ontkent dat er in de Godheid een verhouding van volkomen eenheid is tussen de Vader en de Zoon. Deze verhouding vormt het wezen van het christelijk geloof. Jezus de Christus is de Zoon van de Vader.

Voor die leugenaar moeten in het bijzonder jonge gelovigen, kleine kinderen in Christus, oppassen. De eenvoudige bescherming daarvoor is, te blijven in wat ze van het begin af hebben gehoord (1Jh 2:24).

De geest van de antichrist

En iedere geest die niet Jezus <als in het vlees gekomen> belijdt, is niet uit God; en dit is de [geest] van de antichrist, waarvan u gehoord hebt dat hij komt, en hij is nu al in de wereld. (1Jh 4:3)

Als we met iemand over de Heer Jezus spreken en er komt geen duidelijke belijdenis over Hem uit zijn mond, dan zit het niet goed. Zo iemand is “niet uit God”, dat wil zeggen is niet uit God geboren (1Jh 3:9-10). Het niet afleggen van deze belijdenis betekent dat zo iemand niet opnieuw geboren is.

De geest van de antichrist belijdt “Jezus” niet “als in het vlees gekomen”. Dat Hij “in het vlees” gekomen is, wil zeggen dat Hij Mens geworden is (Jh 1:14). Dat Hij Mens is, hoort vanaf het moment dat Hij dat is geworden onverbrekelijk tot Zijn Persoon. Hij is waarachtig Mens geworden en is dat tot in eeuwigheid. Als Hij nu niet meer Mens zou zijn, was Hij nooit waarachtig Mens geweest.

Dat Hij in het vlees “gekomen is”, houdt per definitie in dat Hij als God altijd heeft bestaan (1Tm 3:16). Iemand kan alleen in het vlees komen als Hij een voorbestaan als God heeft. Hij heeft van eeuwigheid bestaan als de eeuwige Zoon. De belijdenis dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is dan ook tevens een belijdenis van de Godheid van de Heer Jezus.

Het gaat er niet alleen om wat deze geest zegt, maar ook om de hele geest waarin hij komt en optreedt (2Th 2:3). Het is iemand die Jezus niet belijdt en verder ook in geen enkel opzicht rekening houdt met God. De antichrist is de mens in wie de zonde in zijn volheid aanwezig is. De antichrist als persoon moet nog komen, maar zijn geest is nu al in de wereld aanwezig en werkzaam. Die geest is niet uit God, maar komt voort uit de satan.

De verleider en de antichrist

“Want er zijn vele verleiders uitgegaan in de wereld, die niet Jezus Christus als in [het] vlees gekomen belijden. Dit is de verleider en de antichrist.” (2Jh 1:7)

Een verleider is iemand die een ander op een verkeerde weg voert. Het woord ‘verleider’ is afgeleid van ‘doen dwalen’ of ‘doen zwerven’. Het zijn mensen die zijn uitgegaan om de christenheid te verderven met boze leringen. Zij belijden Jezus Christus, maar “niet … als in [het] vlees gekomen”. “In [het] vlees gekomen” (Jh 1:14) houdt in dat Hij bij Zijn komst in de wereld Mens geworden is en dat altijd zal blijven. Vanaf Zijn komst in het vlees behoort Zijn Mens-zijn evenzeer tot Zijn Persoon als Zijn Godheid.

De loochening van het waarachtig Mens-zijn van de Heer Jezus heeft ernstige consequenties voor het geloof. Als Hij namelijk niet waarachtig Mens zou zijn geweest, zouden wij nooit behouden hebben kunnen worden. Door een mens was de zonde in de wereld gekomen en alleen een mens kon de zonde wegnemen. Dat heeft de Mens Jezus Christus gedaan.

De “vele verleiders” worden geïnspireerd door “de verleider en de antichrist”. De geest van die slechte persoon is in veel personen werkzaam. Ieder van de vele verleiders heeft persoonlijk een directe verbinding met dé verleider en dé antichrist. Een verleider is een voorafschaduwing en voorloper van die ene verleider en antichrist en bereidt voor hem de weg. Door deze verleiders wordt het fundament van het christelijk geloof aangetast. Dat gebeurt door het loochenen van de komst van Christus in het vlees.

De mens van de zonde, de zoon van het verderf

“Laat niet iemand u op enigerlei wijze bedriegen, want [die komt niet] als niet eerst de afval gekomen is en de mens van de zonde geopenbaard is, de zoon van het verderf.” (2Th 2:3)

Inleiding

In het eerste deel van 2 Thessalonicenzen 2 geeft Paulus een duidelijke beschrijving van de antichrist, hoe hij te werk gaat, wanneer hij optreedt en wat zijn einde is (2Th 2:1-8). Hij doet dat omdat onder de gelovigen in Thessalonika de dwaallering werd verspreid dat de dag van de Heer om te oordelen al aangebroken zou zijn. De vijand heeft zelfs het gerucht laten verbreiden dat Paulus dat zelf ook gelooft en leert. Paulus ontkracht deze dwaling door daar tegenover de waarheid te plaatsen.

Hij herinnert hen aan wat hij hun al eerder, in zijn eerste brief aan hen, heeft verteld over de komst van de Heer voor de Zijnen (1Th 4:15-17). Dat houdt in dat eerst de gemeente moet zijn opgenomen in de hemel en dat daarna de Heer Jezus met de gemeente naar de aarde komt om te oordelen (Op 19:11-15).

De algemene afval moet nog komen

Het tweede is dat, voordat de Heer terugkomt naar de aarde, eerst de afval moet komen en de mens van de zonde geopenbaard moet worden, de zoon van het verderf. Het gaat hier om afvalligheid van het christendom als de enige godsdienst waarin God Zich als Vader, Zoon en Heilige Geest heeft bekendgemaakt. Het betekent dat God aan de kant wordt gezet en de mens zich het absolute gezag aanmatigt in de wereld en in het heelal.

De afval kan pas komen als de gemeente is opgenomen en er alleen naamchristenen op aarde zijn overgebleven. Wat dan de christenheid heet, valt in haar geheel af door haar verbinding met God volledig te verbreken. In het geestelijk klimaat dat er dan zal zijn, zal een persoon naar voren komen die de belichaming is van het verzet tegen God. Hij wordt door Johannes “de antichrist” genoemd, zoals we hierboven hebben gezien. Paulus noemt hem hier “de mens van de zonde” en “de zoon van het verderf”.

De naam “de mens van de zonde” geeft aan dat de zonde de onbegrensde en ongeremde beschikking over deze mens heeft. Deze mens heeft zich als een gewillig instrument aan de zonde uitgeleverd, zodat de zonde zich in al zijn afschuwelijkheid in hem kan openbaren. Een dergelijk mens kan niet anders zijn dan “de zoon van het verderf”. Zo is ook Judas door de Heer Jezus genoemd (Jh 17:12). De naam ‘zoon’ geeft het karakter aan. “De zoon van het verderf” vindt zijn oorsprong in het verderf, zijn handelingen worden gekenmerkt door verderf en zijn einde is in het verderf.

Voordat hij echter aan zijn einde komt, zal hij alle geestelijke leiding naar zich toe trekken. Dit is de persoon die in Daniël 11 wordt aangeduid als “die koning” die “zal handelen naar eigen goeddunken” (Dn 11:36). Paulus citeert dat vers hier. Uit dat vers blijkt ook dat de antichrist een Jood is.

Hij zal alle Joden en naamchristenen verplichten hem als God te vereren (vgl. Ez 28:2). Hij neemt daartoe plaats in de tempel van God, dat is de tempel in Jeruzalem, het godsdienstig centrum van de Joden. De antichrist zal er ook voor zorgen dat het beest uit de zee, de dictator van het herstelde Romeinse rijk, wordt aanbeden. Daarvoor zal hij een beeld van die dictator laten maken en in de tempel neerzetten om het te aanbidden (Op 13:12-15).

Dat hij in de tempel plaatsneemt, bewijst eens te meer dat de antichrist een Jood is. De (afvallige) Joden zouden hem anders nooit als christus of messias accepteren en ook nooit toelaten dat hij bezit zou nemen van de tempel van God.

De verborgenheid van de wetteloosheid

De volle openbaring van het kwaad wordt nog tegengehouden doordat de gemeente en de Heilige Geest nog op aarde zijn (2Th 2:6-7). Maar “de verborgenheid van de wetteloosheid werkt al”. Dat is voor hen die er blind voor zijn, de ongelovigen, nog een ‘verborgenheid’. Dat helaas voor heel wat gelovigen dit ook nog een verborgenheid is, komt doordat zij de Schrift niet lezen. Wie de Schrift leest, verbaast zich niet over de toenemende wetteloosheid.

Dit werk van “de verborgenheid van de wetteloosheid” gaat door tot de mens van de zonde, de wetteloze, zich volledig openbaar wordt, voor iedereen zichtbaar zal zijn. “En dan zal de wetteloze geopenbaard worden” (2Th 2:8). “En dan” wil zeggen: op dit tijdstip en niet eerder. De wetteloosheid, die al in het verborgen werkt, zal op dat moment in een persoon gestalte krijgen. Als de wetteloze eenmaal geopenbaard is, zal een tijd van ongekende verschrikking op aarde aanbreken.

Het einde

Hier lezen we kort hoe het met hem afloopt: de Heer Jezus zal hem persoonlijk verteren door niets anders dan de adem van Zijn mond (vgl. Js 11:4). Zijn verschijning, dat wil zeggen als Hij zichtbaar op aarde komt, betekent het einde van de wetteloze.

“Verteren” en “tenietdoen” betekenen niet het einde van zijn bestaan. Deze woorden geven aan dat het is afgelopen met zijn positie en de uitoefening van gezag. Samen met het beest uit de zee, dat is de dictator van het herstelde Romeinse rijk, het verenigd Europa, wordt de wetteloze, “de valse profeet”, zonder vorm van proces levend in de poel van vuur geworpen (Op 19:20).

Deze twee monsterachtige personen zullen als eersten in de hel zijn. Zij zijn daar ook de enigen tijdens de duizend jaar van vrede die op aarde zullen volgen na hun veroordeling. Als de duizend jaar voorbij zijn, zal ook de duivel erin worden geworpen (Op 20:10) en ten slotte alle ongelovigen (Op 20:11-12,15).

Nog enkele bijzonderheden

Paulus vertelt nog enkele bijzonderheden over de antichrist. De antichrist is niet alleen goddeloos en op zichzelf gericht, hij is ook de grote misleider. Door het laten zien van “allerlei kracht en tekenen en wonderen van [de] leugen” (2Th 2:9) weet hij allen te misleiden die geen leven uit God hebben. De antichrist is ook hierin een grote na-aper van de Heer Jezus, Die deze tekenen en wonderen in de begintijd van de gemeente heeft gegeven (Hd 2:22; Rm 15:19; 2Ko 12:12; Hb 2:4). De bron waaruit hij zijn vertoningen haalt, is de leugen. Dat wil zeggen dat de satan zijn inspirator is, want de satan is de vader van de leugen (Jh 8:44).

De satan gebruikt “allerlei bedrog van [de] ongerechtigheid” (2Th 2:10). Zijn bedrog vindt alleen gretig ingang bij “hen die verloren gaan”. Dat zijn de mensen voor wie het woord van het kruis dwaasheid is (1Ko 1:18). Ze willen niet behouden worden. “En daarom” zal God ervoor zorgen dat ze de leugen geloven (2Th 2:11). Het gaat om mensen aan wie de weg tot behoud is voorgesteld, maar die bewust niet zijn gegaan.

Wat er na de opname van de gemeente als christenheid overblijft, is een Christusloze christenheid. De christenheid bestaat dan uit mensen die hun belijdenis als christen handhaven zonder enige binding met de Christus van God te hebben. Ze zijn een gemakkelijke prooi voor de werking van de dwaling die God dan zal zenden. Voor hen die eens het evangelie hebben gehoord en hebben afgewezen, is er na de opname van de gemeente geen tweede kans! De waarheid hebben ze niet willen geloven, daarom zullen ze de leugen geloven.

Het beest uit de aarde

11 En ik zag een ander beest opstijgen uit de aarde; en het had twee horens, aan die van een lam gelijk, en het sprak als [de] draak. 12 En het oefent al het gezag van het eerste beest uit in diens tegenwoordigheid; en het maakt dat de aarde en zij die erop wonen, het eerste beest aanbidden, van wie de dodelijke wond genezen was. 13 En het doet grote tekenen, zodat het zelfs vuur uit de hemel laat neerdalen op de aarde ten aanschouwen van de mensen. 14 En het misleidt hen die op de aarde wonen, door de tekenen die hem gegeven zijn te doen in tegenwoordigheid van het beest, en het zegt tegen hen die op de aarde wonen, dat zij voor het beest dat de wond van het zwaard had en [weer] leefde, een beeld moesten maken. 15 En het werd hem gegeven aan het beeld van het beest adem te geven, opdat het beeld van het beest ook zou spreken en maken dat allen die het beeld van het beest niet aanbaden, gedood zouden worden. 16 En het maakt dat men aan allen, de kleinen en de groten, de rijken en de armen, de vrijen en de slaven, een merkteken geeft op hun rechterhand of op hun voorhoofd; 17 <en> dat niemand kan kopen of verkopen dan wie het merkteken heeft: de naam van het beest of het getal van zijn naam. 18 Hier is de wijsheid. Wie verstand heeft, laat die het getal van het beest berekenen, want het is [het] getal van een mens, en zijn getal is zeshonderdzesenzestig. (Op 13:11-18)

Uit de beschrijving van dit beest blijkt dat het een nabootser van de Heer Jezus is. Als Johannes de horens ziet, moet hij denken aan een lam. In Openbaring is het Lam steeds de Heer Jezus. Deze valse messias, die door zijn horens doet denken aan een lam, spreekt “als [de] draak”.

Er is een grote verbondenheid tussen het eerste beest, het beest uit de zee (Op 13:1-10) en dit tweede beest, het beest uit de aarde. Als het tweede beest zijn gezag uitoefent, is het eerste beest daarbij nadrukkelijk aanwezig. Het tweede beest, de antichrist, kan niet zelfstandig opereren, maar is afhankelijk van het eerste beest. Het eerste beest is de dictator van het herstelde West-Romeinse rijk, het verenigd Europa. Dat beest bepaalt en ziet erop toe hoe de antichrist zijn gezag uitoefent. Dit is het gevolg van het verbond dat het afvallige Israël onder aanvoering van de antichrist, de valse messias, met het eerste beest zal sluiten. Jesaja noemt dit “een verbond gesloten met de dood” (Js 28:15; Dn 9:27).

Het tweede beest heeft ook, net als alle andere aardbewoners, een grenzeloze bewondering voor het eerste beest. Die bewondering is zo groot, dat hij alles in het werk stelt om ervoor te zorgen dat alles en iedereen op aarde het eerste beest aanbidt. Met deze dwang om het eerste beest te aanbidden doet het tweede beest zich kennen als een geestelijk leider, zowel van het afvallige Jodendom als van de afvallige christenheid. Het is zijn doel een einde te maken aan alle aanbidding van de Vader en de Zoon (vgl. 1Jh 2:22).

Zijn tactiek is die van leugen en misleiding, bedriegerij en nabootsing. Hij laat de mensen allerlei indrukwekkende tekenen zien. Het is een kenmerk van de eindtijd dat er opzienbarende dingen gebeuren. De oorsprong daarvan is niet God, maar de duivel (2Th 2:9). Hier zien we dat het beest zelfs “vuur uit de hemel laat neerdalen”. Iedereen ziet dat het uit de hemel komt, van God… lijkt het. De satan geeft de antichrist de bekwaamheid om misleidende tekenen te doen. Die tekenen gebeuren in tegenwoordigheid van het (eerste) beest. Ze gebeuren tot zijn glorie en eer.

Dan geeft de antichrist de opdracht om een afgodsbeeld het eerste beest te maken. Dit is het oprichten van “de gruwel van de verwoesting” (Mt 24:15; Dn 9:27; 12:11). De misleidende macht van de antichrist is zo groot, dat het lijkt alsof hij het beeld tot leven brengt. De satan stelt hem in staat het beeld adem te geven en te laten spreken. Maar adem is geen leven. Alleen God kan leven geven. Voor de Joden gold altijd dat afgoden stom waren (Ps 115:3,5,7; 135:17). Een sprekend beeld kan daarom, zo menen zij in hun dwaze verblinding, geen afgod zijn, maar moet de ware God zijn.

De aanbidding van het beest is bepalend voor leven of dood. Wie niet aanbidt, wordt gedood (vgl. Dn 3:5-6). Alle mensen worden gedwongen hun loyaliteit aan het beest zichtbaar te tonen. Daartoe laat het beest een waarneembaar merkteken “op hun rechterhand of op hun voorhoofd” aanbrengen. De ‘rechterhand’ staat voor daden. Zo legt het beest beslag op alles wat iedere persoon doet. Alles zal bijdragen aan de macht en glorie van het beest en zijn rijk. Het ‘voorhoofd’ is de zetel van het denken. Door indoctrinatie zullen alle mensen uit volle overtuiging de zaak van het beest dienen. De mensen die het merkteken laten aanbrengen, denken dat ze daarmee verstandig handelen. Maar ze handelen dwaas.

De getrouwe krijgt van God wijsheid om het beest te ontmaskeren. Hij kan met het door God gegeven inzicht het getal van het beest berekenen. Wij kunnen het niet berekenen en hoeven het ook niet, want die tijd breekt pas aan als de gemeente is opgenomen. Wel is duidelijk dat zes het getal is van de mens. Dat wordt hier in drievoudige vorm, 666, het getal van het beest genoemd. De mens is hier aan het beest gelijk geworden, het absolute dieptepunt van de degeneratie van de mens.

De valse profeet

En ik zag uit de mond van de draak en uit de mond van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten [komen] als kikkers. (Op 16:13)

Hier zien we het geheime handelen van de drie-eenheid van de goddeloosheid, “de draak … het beest … de valse profeet” in de eindtijd (Op 16:13). “Uit de mond” van elk van hen komt een onreine geest. Deze “onreine geesten” zien er uit “als kikkers”. ‘Uit de mond’ wil zeggen dat er propaganda wordt gevoerd. De inhoud van de propaganda is onrein. Het symbool, de kikker, is zeer gepast, want het is een onrein dier (Lv 11:10,41). Kikkers worden in de Schrift verder alleen nog genoemd in verband met de tweede plaag over Egypte (Ex 8:2-14; Ps 78:45; 105:30). Ze komen uit het moeras en zijn in het duister van de nacht het meest hoorbaar, wat ook weer past bij dit symbool voor demonisch geïnspireerde propaganda.

Onreinheid is een handelsmerk geworden. Er wordt handenvol geld aan onreinheid verdiend. De vele miljoenen (!) pornografische internetsites, waarvan het aantal dagelijks toeneemt, bewijzen de gevoeligheid van de mens voor uitgerekend dit soort van propaganda. De reclamewereld is ervan vergeven. Dat de antigoddelijke drie-eenheid deze vorm van propaganda kiest, maakt wel duidelijk hoezeer de mens verworden is tot een wezen dat alleen nog voor lustbevrediging leeft.

Het einde van de antichrist

En het beest werd gegrepen en met hem de valse profeet die de tekenen in diens tegenwoordigheid had gedaan, waardoor hij hen misleidde die het merkteken van het beest ontvingen en die zijn beeld aanbaden. Levend werden deze twee geworpen in de poel van vuur die van zwavel brandt. (Op 19:20)

Op de door God bepaalde tijd worden de twee vijandelijke hoofdrolspelers in de eindtijd gegrepen en in de hel geworpen, zonder de lichamelijke dood te sterven. Het beest, dat is de politieke leider van het antichristelijke West-Europa, en de valse profeet, dat is de antichrist, de godsdienstige leider van het afvallige Israël, hebben geen enkel verweer. In hun leven waren ze nauw aan elkaar verbonden en dat zijn ze ook in het oordeel dat Christus over hen uitoefent. De valse profeet was de geslepen handlanger van het beest om de mensen te misleiden om het merkteken van het beest te ontvangen en diens beeld te aanbidden.

Het leek allemaal succesvol, maar hier worden al hun snoeven en elke indruk van onoverwinnelijkheid (Op 13:4) in één handeling vol indrukwekkende macht volkomen tenietgedaan. Duizend jaar later krijgen ze gezelschap van de duivel (Op 20:10. Ze zullen elkaar niet kunnen steunen, maar genoeg hebben aan hun eigen pijnen en kwellingen die ze eindeloos zullen ondergaan.

Tot slot twee voorbeelden van de antichrist in het OT:

Die koning

36 Die koning zal handelen naar eigen goeddunken. Hij zal zich verheffen en zich groot maken boven elke god. Hij zal tegen de God der goden wonderlijke dingen spreken. Hij zal voorspoedig zijn tot de gramschap voltrokken is. Want wat vast besloten is, zal gebeuren. 37 En hij zal op de goden van zijn vaderen zijn aandacht niet richten, ook niet op het verlangen van de vrouwen. Hij zal ook zijn aandacht op geen enkele god richten, maar zichzelf boven alles groot maken. 38 En hij zal de god van de vestingen in zijn standplaats eren. Hij zal namelijk de god die zijn vaderen niet gekend hebben, eren met goud, met zilver, met edelgesteente en met kostbaarheden. 39 Hij zal versterkte vestingen maken met een vreemde god. Hen die hij zal kennen, zal hij in aanzien laten toenemen en hen laten heersen over velen en hij zal het land uitdelen als beloning. (Dn 11:36-39)

Dit gedeelte gaat over de eindtijd, dat wil zeggen dat de gebeurtenissen die hier worden beschreven, hun volle en werkelijke vervulling in de eindtijd zullen hebben. De uitdrukking “die koning” komt hier voor het eerst in Daniël 11 voor. In de voorgaande verzen is er steeds gesproken over de koning van het zuiden of van het noorden. “Die koning” is historisch gezien Antiochus Epiphanes. Toch wordt hier met nadruk over “die koning” gesproken omdat hij in dit gedeelte duidelijk een type van de antichrist is. Wat hier van Antiochus Epiphanes wordt gezegd, geldt in werkelijkheid in de volle zin voor de antichrist.

Als we kijken naar wat in dit gedeelte wordt gezegd en we kennen inmiddels enigszins het karakter van de antichrist dan zien we hoe deze dingen ten volle voor hem gelden. De antichrist handelt “naar eigen goeddunken” (Dn 11:36). Dat betekent dat hij volledig zelfstandig en eigenmachtig handelt. God wordt genegeerd.

Het tweede kenmerk van de antichrist is dat hij zich verheft en zichzelf boven elke god groot maakt. Hij duldt niet dat iemand anders eer krijgt dan hijzelf. Na het negeren van God zet hij God aan de kant en maakt hij zichzelf god in de plaats van God. Het derde is dat hij een grote mond opzet tegen de allerhoogste, enige, ware God. Hier tart hij God. Wat Paulus over de antichrist aan de Thessalonicenzen schrijft, komt overeen met wat we hier in Daniël over ‘die koning’ lezen (2Th 2:3-4; vgl. Op 13:11-18).

Hij kan naar het schijnt ongestoord zijn gang gaan. Maar Gods oordeel over hem zal op de door God vastgestelde tijd komen. De antichrist zal zijn gang kunnen gaan, totdat wat God over Zijn volk heeft besloten, is vervuld. De gramschap waarvan hier sprake is, is de gramschap van God over Zijn volk vanwege hun afgoderij en de verwerping van Zijn Zoon. De antichrist is net als Antiochus Epiphanes een tuchtroede in de hand van God die Hij in Zijn gramschap gebruikt (vgl. Js 10:5).

De antichrist is een Jood, maar hij slaat geen acht op de God van zijn vaderen (Dn 11:37). Met “het verlangen van de vrouwen” wordt de Messias bedoeld, van Wie iedere Joodse vrouw de moeder wenste te worden. Hij negeert dus ook Gods Messias, want hij zal zichzelf als zodanig presenteren. Het gaat alleen om hemzelf. Hij eist alle eer voor zichzelf op. Nog eens wordt er de nadruk op gelegd dat hij zichzelf als god ziet. Hij eist de bovenste plaats op en duldt niemand naast zich, laat staan boven zich.

Hij heeft zelf ook een voorwerp van verering: “de god van de vestingen” (Dn 11:38). Daarmee wordt zijn militaire macht bedoeld. Deze god hebben zijn vaderen niet gekend, want die hebben op God vertrouwd en niet op hun militaire kracht. De antichrist vereert zijn militaire macht als een god. Hierdoor is hij de omringende vijandige landen de baas. Hij heeft de technologische kennis en koopt met waardevolle materialen wat nodig is om zich van de meest geavanceerde wapens te voorzien.

Naast zijn eigen militaire apparaat krijgt de antichrist ook steun van “een vreemde god” (Dn 11:39), dat is de alleenheerser van het herstelde West-Romeinse rijk, het verenigd Europa, met wie hij een verbond zal sluiten. Zoals we eerder hebben gezien, zal dat een verbond met de dood blijken te zijn (Dn 9:27; Js 28:15a). Allen die zijn politiek verdedigen, zal hij belonen. Ze zullen aanzienlijke positie toebedeeld krijgen, waarbij zij macht kunnen uitoefenen over anderen.

Ook zal hij zijn trouwe volgelingen stukken land van “het land”, dat is Israël, geven als beloning voor hun volgzaamheid. Alleen zij die zich openlijk met de afgoderij inlaten en de antichrist erkennen, kunnen kopen en verkopen (Op 13:16-17). De trouwste dienaren krijgen grote beloningen.

De dwaze herder

15 De HEERE zei tegen mij: Neem u nogmaals de uitrusting van een dwaze herder. 16 Want zie, Ik zal een herder in het land doen opstaan: naar wat [dreigt] uitgeroeid te worden, zal hij niet omzien, de jonge [dieren] zal hij niet gaan zoeken, wat gebroken is, zal hij niet genezen, wat [nog] overeind staat, zal hij niet verzorgen, maar hij zal het vlees van de vette [dieren] eten en hun hoeven zal hij afrukken. 17 Wee de herder van niets, die de kudde in de steek laat! Het zwaard zal zijn arm [treffen] en zijn rechteroog. Zijn arm zal helemaal verstijven, zijn rechteroog zal helemaal dof worden. (Zc 11:15-17)

Deze verzen gaan over de eindtijd en het optreden van de antichrist. Omdat het volk Christus heeft verworpen, geeft de HEERE Zelf het over aan “een dwaze herder” (Zc 11:16). Dwaas wil zeggen iemand die met God geen rekening houdt. “De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God” (Ps 14:1). Deze herder treedt al Gods instellingen met voeten. Hij is het volkomen tegenbeeld van de goede Herder en te vergelijken met dieven en rovers en de huurling (Jh 10:8,10a,12). Alles wat een goede herder doet, doet hij niet. De antichrist is werkelijk een “herder van niets”, een waardeloze herder (Zc 11:17).

God spreekt het “wee” over hem uit, omdat hij “de kudde in de steek laat”. Dit “wee” wordt onderstreept door het oordeel waarmee God hem zal slaan. Zijn arm en zijn oog worden door het zwaard van het oordeel getroffen. Zijn arm is het symbool van de kracht waarop hij zich heeft beroemd. Zijn rechteroog is het symbool van zijn inzicht of verstand waarop hij trots is geworden. Door het oordeel zal zijn arm “helemaal verstijven” en daardoor volledig onbruikbaar worden (vgl. 1Kn 13:4). Hij zal ook alle inzicht en verstand verliezen en zijn weg in duisternis gaan.

Al deze Bijbelstudies zijn in druk verschenen bij Uitgeverij Daniël.

© Copyright

© 2026 Auteur G. de Koning
© 2026 Websiteontwerp E. Rademaker
© 2026 Uitgeverij Daniël, Urk, NL. www.uitgeverijdaniel.nl

Privacy policy

Niets uit deze uitgave mag – anders dan voor eigen gebruik – worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van ‘Stichting Titus’ / ‘Uitgeverij Daniël’ of de auteur.

Google Play