De vijfvoudige bediening

Apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars

Kingcomments
Nederlands Deutsch English Français Português Español
  • Home
  • Informatie
  • Bijbelstudiedagen
  • Onderwerpen
  • Bijbelstudies
  • Oude Testament
    • Genesis
    • Exodus
    • Leviticus
    • Numeri
    • Deuteronomium
    • Jozua
    • Richteren
    • Ruth
    • 1 Samuel
    • 2 Samuel
    • 1 Koningen
    • 2 Koningen
    • 1 Kronieken
    • 2 Kronieken
    • Ezra
    • Nehemia
    • Esther
    • Job
    • Psalmen
    • Spreuken
    • Prediker
    • Hooglied
    • Jesaja
    • Jeremia
    • Klaagliederen
    • Ezechiël
    • Daniël
    • Hosea
    • Joël
    • Amos
    • Obadja
    • Jona
    • Micha
    • Nahum
    • Habakuk
    • Zefanja
    • Haggaï
    • Zacharia
    • Maleachi
  • Nieuwe Testament
    • Mattheüs
    • Markus
    • Lukas
    • Johannes
    • Handelingen
    • Romeinen
    • 1 Korinthiërs
    • 2 Korinthiërs
    • Galaten
    • Efeziërs
    • Filippenzen
    • Kolossenzen
    • 1 Thessalonicenzen
    • 2 Thessalonicenzen
    • 1 Timotheüs
    • 2 Timotheüs
    • Titus
    • Filémon
    • Hebreeën
    • Jakobus
    • 1 Petrus
    • 2 Petrus
    • 1 Johannes
    • 2 Johannes
    • 3 Johannes
    • Judas
    • Openbaring

Apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars

De vijfvoudige bediening

Er zijn stromingen in de christenheid die zich inzetten voor het herinvoeren van wat wordt genoemd ‘de vijfvoudige bediening’. Deze term verwijst naar de vijf personen die de verheerlijkte Heer in de hemel als gaven aan Zijn gemeente heeft gegeven.

Bedieningen

Er zijn stromingen in de christenheid die zich inzetten voor het herinvoeren van wat wordt genoemd ‘de vijfvoudige bediening’. Deze term verwijst naar de vijf personen die de verheerlijkte Heer in de hemel als gaven aan Zijn gemeente heeft gegeven: “En Hij heeft sommigen gegeven als apostelen, anderen als profeten, anderen als evangelisten, anderen als herders en leraars” (Ef 4:11).

Eerst de apostelen en profeten. Zij worden, als aparte groep, in Efeziërs 2 ook genoemd: “Maar u bent medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, opgebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Jezus Christus Zelf hoeksteen is, in Wie [het] hele gebouw, goed samengevoegd, opgroeit tot een heilige tempel in [de] Heer; in Wie ook u mee opgebouwd wordt tot een woonplaats van God in [de] Geest” (Ef 2:20b-22). In Mattheüs 16 vinden we dezelfde gedachte als hier in Efeziërs 2. Daar zegt de Heer Jezus dat Hij Zijn gemeente zal bouwen (Mt 16:18). [Dat is dus anders dan wat we in 1 Korinthiërs 3 lezen, waar het gaat om het bouwen door mensen (1Ko 3:10-15).]

De bouw van de gemeente door God en de Heer Jezus vindt plaats op “het fundament van de apostelen en profeten”. We kunnen zeggen dat zij in tweeërlei opzicht het fundament zijn. Zij zijn zelf het fundament, de eerste stenen van het gebouw, waarop andere “levende stenen” (1Pt 2:5) gebouwd zijn. Daarnaast hebben zij door hun onderwijs ook aangegeven hoe er moet worden gebouwd.

Apostelen en profeten worden, als aparte groep, ook in Efeziërs 3 genoemd: “Daardoor kunt u, als u dit leest, mijn inzicht opmerken in de verborgenheid van Christus – die in andere geslachten de zonen van de mensen niet bekend is gemaakt, zoals zij nu in [de] Geest geopenbaard is aan Zijn heilige apostelen en profeten” (Ef 3:4-5).

‘De verborgenheid’, die vroeger onbekend was en nu bekend is gemaakt, ziet op de verborgenheid van de gemeente. Een verborgenheid is iets dat God eerst verborgen heeft gehouden, maar wat Hij op de door Hem bepaalde tijd heeft geopenbaard aan hen voor wie Hij dit verborgene heeft bedoeld. De waarheid aangaande de gemeente is in de tijd van het Oude Testament niet onthuld. Ze was niet alleen onbekend voor het volk Israël, maar ook voor alle andere “zonen van de mensen”. Hoe bevoorrecht Israël ook was in alles wat God van Zichzelf aan hen bekendgemaakt heeft, de gemeente hoort niet bij die mededelingen. Aan geen enkel mens, Jood of heiden, heeft God hierover iets verteld. Het was écht een geheim.

Wat de gemeente is, hoe God haar altijd in gedachten heeft gehad, en de manier waarop Hij Zijn gedachten over haar uitwerkt, heeft Hij aan Paulus geopenbaard. Alleen in de brieven van Paulus zul je dit bijzondere onderwijs over de gemeente vinden. Hij is daartoe speciaal afgezonderd, een van die “heilige apostelen en profeten” van Jezus Christus.

Nu terug naar Efeziërs 4. De eersten die worden genoemd zijn de apostelen. Zoals we in de vorige twee Schriftgedeelten hebben gezien, zijn zij

1. de fundamentleggers van de gemeente als het huis van God (Ef 2:20) en

2. degenen aan wie God de verborgenheid van de gemeente heeft bekendgemaakt om die door te geven (Ef 3:5).

In beide gevallen gaat het om iets unieks: een fundament leg je maar één keer en een verborgenheid die bekendgemaakt is, hoeft daarna niet meer geopenbaard te worden. Als zodanig hebben de apostelen en de hier bedoelde profeten geen opvolgers nodig. Je zult in de Bijbel dan ook tevergeefs zoeken naar zoiets als ‘apostolische successie’ (apostelen die nieuwe apostelen aanwijzen als opvolger).

De voorwaarden voor het apostelschap die God in Zijn Woord aangeeft, bewijzen ten overvloede dat er geen apostelen meer zijn. Een apostel is iemand die

1. de Heer Jezus moet hebben gezien (1Ko 9:1) en

2. bekend moet zijn door zijn tekenen (2Ko 12:12).

Voor de profeten geldt hetzelfde. Het gaat niet om oudtestamentische profeten. Als dat wel het geval was geweest, had er niet gestaan ‘apostelen en profeten’, maar ‘profeten en apostelen’. Nee, het gaat om nieuwtestamentische profeten die samen met de apostelen het fundament van de gemeente hebben gelegd en aan wie God de verborgenheid van de gemeente heeft bekendgemaakt. [Met profeten wordt hier niet gedoeld op mensen die een profetisch woord tot opbouwing, vermaning en vertroosting spreken (1Ko 14:3)].

Al zijn deze gaven niet langer als personen op aarde aanwezig, we hebben wel hun dienst. Hun boeken en brieven staan namelijk in de Bijbel. Apostelen zijn Mattheüs, Johannes, Petrus en Paulus, en profeten zijn Markus en Lukas. Als wij hun evangeliën en brieven lezen en die ter harte nemen, worden wij daardoor als leden van de gemeente steeds meer geschikt gemaakt om de functie die wij als lid hebben, te vervullen.

De drie volgende gaven zijn nog wel als personen onder ons. Evangelisten zorgen voor nieuwe ‘aanwas’ van de gemeente. Herders zorgen ervoor dat deze nieuwe leden geestelijk worden verzorgd en gevoed. Leraars onderwijzen de gelovigen om hen vast te doen staan in de waarheid en weerbaar te maken tegen de aanvallen van de satan.

De term ‘vijfvoudige bediening’ is bedrieglijk. De leer en praktijk ervan zijn niet in overeenstemming met de waarheid van Gods Woord. Het is ook een misleidende term, alsof alleen deze vijf belangrijk zijn of in elk geval de belangrijkste. Er is een veel grotere verscheidenheid aan ‘bedieningen’ dan deze vijf en elke bediening is even belangrijk (1Ko 12:5). Iedere gelovige heeft een bediening of dienst. De bedoeling daarvan is daarmee de ander te dienen.

Een jonge zuster was naar een conferentie voor jongeren geweest. Op de vraag wat ze daar had gedaan, zei ze: ‘Ik heb ondersteunend werk in de keuken gedaan.’ Die uitdrukking trof mij. Het deed me denken aan wat we verderop in Efeziërs 4 lezen over ‘ondersteuning’ verlenen: “Christus, uit Wie het hele lichaam, samengevoegd en verbonden door elk gewricht dat de ondersteuning [verleent] naar [de] werking die elk deel is toegemeten, de groei van het lichaam bewerkt tot opbouwing van zichzelf in liefde” (Ef 4:15-16).

Ik heb haar gezegd dat dit een prachtige, bijbelse uitdrukking is. Ze heeft inhoud gegeven aan dit woord uit Gods Woord en het lid zijn van het lichaam van Christus in praktijk gebracht. Het gaat niet om wat naar onze waarneming en waardering grote of kleine gaven zijn, maar of wij de plaats in het lichaam van Christus innemen die Hij ons heeft gegeven.

Tot besluit deze oproep: “En zegt aan Archippus: Let erop, dat u de bediening die u in [de] Heer hebt ontvangen, ook vervult” (Ko 4:17). Paulus geeft de gemeente in Kolosse de opdracht om Archippus aan te sporen niet voor zijn bediening weg te lopen, maar die te vervullen (vgl. 2Tm 4:5). Met de woorden “let erop” wijst Paulus op het gevaar van onoplettendheid waardoor iemand niet de taak verricht die hij of zij heeft gekregen. Als iemand niet oplettend is, is dat tot schade van de hele gemeente. Vandaar dat allen die de gemeente vormen, elkaar moeten aansporen de gegeven taak te verrichten.

Dat geldt dus ook voluit voor jou. Jij hebt ook een bediening ontvangen, iets om voor de Heer te doen. Iets voor de Heer doen wil ook zeggen iets voor je medegelovigen doen of het evangelie brengen aan ongelovigen. De uitdrukking “in [de] Heer” laat zien dat het gaat om een wandel met de Heer en de erkenning van Zijn gezag in de dienst. Een goed begin is dan misschien wel het halve werk, maar het is nog niet het hele werk. ‘Vervullen’ betekent dat je je werk volledig afmaakt en niet halverwege opgeeft.

Met vriendelijke groet,

Ger de Koning

Al deze Bijbelstudies zijn in druk verschenen bij Uitgeverij Daniël.

© Copyright

© 2026 Auteur G. de Koning
© 2026 Websiteontwerp E. Rademaker
© 2026 Uitgeverij Daniël, Urk, NL. www.uitgeverijdaniel.nl

Privacy policy

Niets uit deze uitgave mag – anders dan voor eigen gebruik – worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van ‘Stichting Titus’ / ‘Uitgeverij Daniël’ of de auteur.

Google Play