Op grote schaal doden

Waarom werden er zoveel mensen gedood in het Oude Testament?

Kingcomments
Nederlands Deutsch English Français Português Español
  • Home
  • Informatie
  • Bijbelstudiedagen
  • Onderwerpen
  • Bijbelstudies
  • Oude Testament
    • Genesis
    • Exodus
    • Leviticus
    • Numeri
    • Deuteronomium
    • Jozua
    • Richteren
    • Ruth
    • 1 Samuel
    • 2 Samuel
    • 1 Koningen
    • 2 Koningen
    • 1 Kronieken
    • 2 Kronieken
    • Ezra
    • Nehemia
    • Esther
    • Job
    • Psalmen
    • Spreuken
    • Prediker
    • Hooglied
    • Jesaja
    • Jeremia
    • Klaagliederen
    • Ezechiël
    • Daniël
    • Hosea
    • Joël
    • Amos
    • Obadja
    • Jona
    • Micha
    • Nahum
    • Habakuk
    • Zefanja
    • Haggaï
    • Zacharia
    • Maleachi
  • Nieuwe Testament
    • Mattheüs
    • Markus
    • Lukas
    • Johannes
    • Handelingen
    • Romeinen
    • 1 Korinthiërs
    • 2 Korinthiërs
    • Galaten
    • Efeziërs
    • Filippenzen
    • Kolossenzen
    • 1 Thessalonicenzen
    • 2 Thessalonicenzen
    • 1 Timotheüs
    • 2 Timotheüs
    • Titus
    • Filémon
    • Hebreeën
    • Jakobus
    • 1 Petrus
    • 2 Petrus
    • 1 Johannes
    • 2 Johannes
    • 3 Johannes
    • Judas
    • Openbaring

Waarom werden er zoveel mensen gedood in het Oude Testament?

Op grote schaal doden

De vraag ‘waarom werden er zoveel mensen gedood in het Oude Testament?’ kan niet met één zin worden beantwoord. We zullen moeten nagaan hoe de dood in de wereld is gekomen

Grote groepen mensen die worden gedood

De vraag ‘waarom werden er zoveel mensen gedood in het Oude Testament?’ kan niet met één zin worden beantwoord. We zullen moeten nagaan hoe de dood in de wereld is gekomen en ook op welke manier iemand sterft, bijvoorbeeld door ouderdom, ziekte, ongeluk, doodstraf of doodslag of moord. Als het gaat om het doden van mensen door God of door mensen, is het van belang te kijken naar de motieven van God en mensen.

De dood is door de zonde van de mens in de wereld gekomen en geen mens ontkomt daaraan (Rm 5:12; Hb 9:27). De eerste keer dat iemand een ander doodt, is een broedermoord: Kaïn doodt Abel (Gn 4:8). De dood achtervolgt de mens en krijgt hem altijd een keer te pakken, al wordt hij nog zo oud (Gn 5). Er is ook een uitzondering: Henoch sterft niet omdat God hem wegnam (Gn 5:21-24; later doet Hij dat ook met Elia, 2Kon 2:1,11).

Dan komt de geschiedenis dat God de hele mensheid doodt. De aanleiding is het geweld en de verdorvenheid van de mens, die kwaad bedenkt en bedrijft (Gn 6:5-7). Noach is een uitzondering. Hij is niet beter dan zijn tijdgenoten, maar hij is de enige die erkent dat hij het oordeel verdient. Dat blijkt uit het feit dat hij genade in de ogen van de HEERE vond (Gn 6:8). Je vindt alleen genade als je die zoekt.

God voert het oordeel echter niet direct uit, maar geeft de mens nog 120 jaar de tijd om zich te bekeren (Gn 6:3). Hij heeft geduld, omdat Hij niet wil dat iemand verloren gaat (2Pt 3:9). Hij vindt geen vreugde in de dood van de goddeloze, maar daarin dat de goddeloze zich bekeert van zijn weg en leeft (Ez 33:11; 18:23).

In die 120 genadejaren is Noach een prediker van de gerechtigheid (2Pt 2:5). Door Noach heeft God de mensen Zijn gerechtigheid voorgehouden, namelijk dat Hij de zonde moet oordelen. Hij heeft tevens de weg tot behoud gegeven in de ark die Noach moest bouwen. Elke hamerslag van Noach was een waarschuwing voor het naderende oordeel. Maar “omdat het vonnis over een slechte daad niet snel geveld wordt, daarom blijft het hart van de mensenkinderen in hen vervuld van kwaaddoen” (Pr 8:11).

De prediking van Noach is helaas zonder resultaat gebleven, maar dat veranderde niets aan de inhoud van zijn boodschap. Het bewijs, de zondvloed, kwam. Noach werd als enige behoed voor deze alles verdelgende ramp, samen met de leden van zijn gezin, die ook in de ark waren gegaan (Hb 11:7).

Na de zondvloed merkt God op dat het hart van de mens door het oordeel van de zondvloed niet is veranderd (Gn 8:21). Het doden, het bloedvergieten zal doorgaan. Daarom geeft God de opdracht aan de mens om iemand die een ander doodt, zelf ook te doden.

Met de opdracht en het recht om bloedvergieten te vergelden legt God iets van Zichzelf (Ps 9:13a; 2Kr 24:22) in handen van daartoe bevoegde mensen (Rm 13:1). Hij doet dat omdat wie zich aan een mens vergrijpt, zich vergrijpt aan Zijn beelddrager. Hier vinden we de instelling van de overheid, die de zwaardmacht krijgt (Rm 13:4). Het meest kenmerkende van de overheid is het oordelen van het kwaad.

De volgende gebeurtenis waarin sprake is van veel mensen die worden gedood, is als God Sodom en Gomorra omkeert (Gn 19:24-25; Lk 17:28-31). Voordat Hij dat doet, laat Hij weten dat hun zonde heel zwaar is, maar Hij daalt eerst nog af om vast te stellen of het zo is (Gn 18:20-21). Hij betrekt ons als het ware bij Zijn besluitvorming. God voltrekt het vonnis als uitstel ervan niet meer mogelijk is omdat Hij de onverbeterlijkheid heeft vastgesteld.

Dat God het kwaad straft, zien we ook in de plagen die Hij over Egypte brengt. Talloze Egyptenaren sterven daardoor. De oorzaak is de hardnekkigheid van de farao en zijn volk om Gods volk te laten gaan. Keer op keer heeft God erop aangedrongen, maar ze hebben geweigerd Hem te gehoorzamen. Uiteindelijk brengt God de farao en zijn leger om in de Rode Zee (Ex 14:23-28).

God handelt met Zijn eigen volk op dezelfde manier. De reis door de woestijn die in Numeri wordt beschreven, is een dodenmars geweest. Door hun ongehoorzaamheid zijn allen die bij de uittocht twintig jaar en ouder waren, in de woestijn gestorven, behalve Kaleb en Jozua (Nm 14:22-35).

Het volk dat het beloofde land binnentrekt, moet de inwoners van het land uitroeien. Hier is het volk het middel van God waardoor Hij de ongerechtigheid van de volken van Kanaän oordeelt. God heeft ook met die volken ruim 400 jaar (Gn 15:13; Ex 12:40-41; Hd 7:4) geduld gehad en gewacht tot hun ongerechtigheid vol was (Gn 15:16). Dan komt het oordeel over die volken. Zelfs dan wordt nog een aanbod van vrede gedaan (Dt 20:10-11), maar als ze dat weigeren, moet de stad met geweld worden ingenomen.

Er is daarentegen ook een hele stad die zich bekeert: het goddeloze Ninevé. Dat gebeurt naar aanleiding van de prediking van Jona. De Heer Jezus houdt dat de verharde leiders van Zijn volk voor (Mt 12:41). En wat predikte Jona? Dat het oordeel van God over de stad moest komen: “Nog veertig dagen en Ninevé wordt ondersteboven gekeerd!” (Jn 3:4b). Als God ziet wat zij doen, dat zij zich bekeren van hun slechte weg, keert Hij de stad niet om (Jn 3:10)!

Zonder er verder in detail op in te gaan, wil ik nog op een aantal Bijbelgedeelten wijzen die hetzelfde laten zien: God oordeelt volken en gebruikt volken om Zijn volk te oordelen. In Richteren zien we dat God Zijn volk tuchtigt vanwege hun afwijking van Hem. Hij doet dat door hen over te geven in de handen van vijandige volken. Als Zijn volk dan tot Hem roept, zendt Hij een bevrijder die de vijanden verdelgt.

Later zien we dat de Assyriërs door Hem worden gebruikt om Zijn volk te tuchtigen. Hij noemt hen “de roede van Mijn toorn” (Js 10:5), die Hij op Zijn volk afstuurt, dat Hij een “huichelachtig volk” noemt (Js 10:6). Maar omdat de Assyriërs vanuit hoogmoed handelen, verdelgt God dit volk (Js 10:7-19), wat Hij doet door de Babyloniërs. Van deze gang van zaken staan veel meer voorbeelden in de Schrift.

Er zijn ook meerdere geschiedenissen waarin veel mensen worden gedood zonder dat God daartoe bevel heeft gegeven. Mensen die gezag over anderen hebben en geen rekening houden met God, kunnen schijnbaar straffeloos massa’s mensen afslachten. Dat is niet alleen voorbehouden aan het Oude Testament, dat gebeurt ook op grote schaal in de geschiedenis van de wereld. Hoeveel miljoenen mensen zijn in de twee wereldoorlogen die we hebben gehad, de dood ingejaagd? Tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn naar schatting 15 tot 20 miljoen mensen gedood en tijdens de Tweede Wereldoorlog naar schatting 55 tot 75 miljoen. Het zijn duizelingwekkende cijfers.

God kent al die mensen en ook hen die deze misdaden hebben begaan. Hij zal elke gedode en elke dader, die op zeker moment ook gestorven is, rechtvaardig oordelen. Dat doet Hij door Zijn Zoon, aan Wie Hij macht heeft gegeven om oordeel uit te oefenen, omdat Hij de Mensenzoon is (Jh 5:27). Als Christus terugkomt om het 1000-jarig vrederijk op te richten, zal Hij eerst de aarde door oordeel van het kwaad zuiveren. God heeft Hem daartoe bestemd (Hd 17:31). Met het oog daarop “beveelt God nu aan de mensen, dat zij zich allen overal moeten bekeren” (Hd 17:30).

Nadat Christus de aarde van het kwaad heeft gezuiverd, gaat Hij op de troon van Zijn heerlijkheid zitten. Alle volken worden dan vóór Hem verzameld en Hij spreekt Zijn oordeel uit (Mt 25:31). Voor de schapen, zij die gezegend zijn, betekent het ingaan in het eeuwige leven. Voor de bokken, zij die vervloekt zijn, betekent het ingaan in de eeuwige straf. Lees het gedeelte Mattheüs 25:31-45 maar eens door.

Aan het eind van de tijd, op de drempel van de eeuwigheid, gaat Christus nog een keer op een rechterstoel zitten, de grote, witte troon. Voor die troon staan de doden, de groten en de kleinen. Dat heeft niet zozeer met de lichaamslengte te maken, maar met de omvang van de misdaden die ze hebben gepleegd. Daar zijn de massamoordenaars, maar ook de kruimeldieven. Daar zijn de brallende politici, maar ook de onopvallende huisvader die braaf voor zijn gezin heeft gezorgd. Ze hebben één ding gemeen: ze hebben zichzelf nooit als zondaars in Gods licht veroordeeld en zijn allemaal in hun zonden gestorven. In welke mate ze ook zondaar zijn geweest, het oordeel zal terecht zijn.

Ik ben door de gestelde vraag op reis gegaan door de Bijbel, op zoek naar antwoorden. Het is voor mij een indrukwekkende ontdekkingsreis geworden. Het zijn slechts enkele indrukken die ik hier deel. Er is nog zoveel meer te ontdekken. Ik ben onder de indruk geraakt van de absolute rechtvaardigheid van God, in Wie geen onrecht is (Ps 92:16), en de absolute verdorvenheid van de mens. Ook ben ik onder de indruk gekomen van het geduld van God, dat Hij tot nu toe met de mens heeft, en van het feit dat Hij het oordeel nog steeds uitstelt.

Er is nog steeds voor ieder mens redding mogelijk door het offer dat God Zelf heeft gebracht. De Heer Jezus, de eeuwige Zoon Die Mens werd, heeft als Mens op het kruis het oordeel van God over de zonde gedragen voor ieder die zich bekeert met berouw over zijn zonden en gelooft in Hem Die voor eenieder wilde sterven. God sloeg met het zwaard van Zijn gerechtigheid de Man Die altijd had gedaan wat Hem welbehaaglijk is (Zc 13:7). Hij is het van Wie ik mag zeggen dat Hij Zelf mijn zonden in Zijn lichaam heeft gedragen op het hout, opdat ik, voor de zonde afgestorven, voor de gerechtigheid leef (1Pt 2:24).

Ik hoop en bid dat ieder die dit leest, dit ook van harte kan zeggen.

Al deze Bijbelstudies zijn in druk verschenen bij Uitgeverij Daniël.

© Copyright

© 2026 Auteur G. de Koning
© 2026 Websiteontwerp E. Rademaker
© 2026 Uitgeverij Daniël, Urk, NL. www.uitgeverijdaniel.nl

Privacy policy

Niets uit deze uitgave mag – anders dan voor eigen gebruik – worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van ‘Stichting Titus’ / ‘Uitgeverij Daniël’ of de auteur.

Google Play