Bewerking van een lezing over ‘de hel’ op vrijdag 29 januari 2011 in Menen, België
Inleiding
Schriftlezing:
Lukas 16:19-31
19 Nu was er een rijk mens, en hij ging gekleed in purper en fijn linnen en vierde elke dag schitterend feest. 20 Nu lag er ook een arme, genaamd Lazarus, aan zijn voorpoort, vol zweren, 21 begerig zich te verzadigen met wat van de tafel van de rijke viel; maar zelfs de honden kwamen zijn zweren likken. 22 Het gebeurde nu dat de arme stierf en door de engelen werd gedragen in de schoot van Abraham. 23 De rijke nu stierf ook en werd begraven. En toen hij in de hades zijn ogen opsloeg, terwijl hij in pijnen verkeerde, zag hij Abraham uit de verte, en Lazarus in zijn schoot. 24 En hij riep de woorden: Vader Abraham, erbarm u over mij en zend Lazarus om de top van zijn vinger in water te dopen en mijn tong te verkoelen, want ik lijd smart in deze vlam. 25 Abraham echter zei: Kind, bedenk dat u het goede hebt ontvangen in uw leven, en Lazarus evenzo het kwade; en nu wordt hij hier vertroost, maar u lijdt smart. 26 En bij dat alles is er tussen ons en u een grote kloof gevestigd, zodat zij die van hier naar u willen overgaan, niet kunnen, en zij vandaar niet naar ons kunnen overkomen. 27 Hij echter zei: Ik bid u dan, vader, dat u hem zendt naar het huis van mijn vader, want ik heb vijf broers, 28 opdat hij ernstig tot hen kan getuigen, zodat ook zij niet komen in deze plaats van pijn. 29 Abraham echter zei: Zij hebben Mozes en de profeten; laten zij naar hen luisteren. 30 Hij echter zei: Nee, vader Abraham, maar als iemand van [de] doden naar hen toe gaat, zullen zij zich bekeren. 31 Hij echter zei tot hem: Als zij naar Mozes en de profeten niet luisteren, zullen zij, ook al stond iemand uit [de] doden op, zich niet laten overtuigen.
Openbaring 20:7-15
7 En wanneer de duizend jaren voleindigd zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten, 8 en hij zal uitgaan om de naties te misleiden die aan de vier hoeken van de aarde zijn, Gog en Magog, om hen tot de oorlog te verzamelen, en hun getal is als het zand van de zee. 9 En zij kwamen op over de breedte van de aarde en omsingelden de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad; en er daalde vuur neer <van God> uit de hemel en verteerde hen. 10 En de duivel die hen misleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel waar zowel het beest als de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden tot in alle eeuwigheid. 11 En ik zag een grote, witte troon en Hem Die daarop zat, voor Wiens aangezicht de aarde en de hemel wegvluchtten, en geen plaats werd voor hen gevonden. 12 En ik zag de doden, de groten en de kleinen, voor de troon staan; en er werden boeken geopend. En een ander boek werd geopend, namelijk dat van het leven. En de doden werden geoordeeld volgens wat in de boeken geschreven was, naar hun werken. 13 En de zee gaf de doden die in haar waren, en de dood en de hades gaven de doden die in hen waren, en zij werden geoordeeld, ieder naar zijn werken. 14 En de dood en de hades werden geworpen in de poel van vuur. Dit is de tweede dood: de poel van vuur. 15 En als iemand niet geschreven gevonden werd in het boek van het leven, werd hij geworpen in de poel van vuur.
Toen mij werd gevraagd om hier in Menen een lezing te geven, had ik de keuze uit verschillende onderwerpen. Het viel me niet moeilijk om juist dit onderwerp te kiezen. In die periode had ik een vrij intensieve correspondentie met iemand die de alverzoening leert. Ook was er in Nederland een grote jongerenconferentie geweest, waar voor duizenden jongeren iemand het podium kreeg om te vertellen dat er zoiets als alverzoening bestaat. Het is een duivelse leer, waarin wordt geleerd dat uiteindelijk iedereen, zelfs de duivel en zijn demonen, gered zal worden. Het is daarom goed dat de organisatoren van de lezingen over de eindtijd ook de hel, de eeuwige pijn, een plaats hebben gegeven.
De mens is een zondaar
De hel is een realiteit. Het oordeel van God zal en moet komen over ieder die zijn Zoon Jezus Christus heeft afgewezen. Wie denkt dat God wel tevreden met hem zal zijn, vergist zich. Iemand kan menen veel pluspunten te hebben, zoals: ‘Ik ga altijd trouw naar de kerk of gemeente; ik betaal altijd netjes mijn tienden; ik geef ieder het zijne. Dan kun je toch niet zeggen dat ik slecht ben. Natuurlijk, een keer een foutje maken, dat doen we allemaal. We zijn niet volmaakt.’
Nee, we zijn niet volmaakt. Weet je hoe dat komt? Omdat we allemaal zondaren zijn, mensen die God de rug hebben toegekeerd. Er is niet één mens die voor zichzelf kan bepalen wat goed en kwaad is. Toen de mens door God in het paradijs werd geplaatst, koos de mens voor de satan. Zeg nu niet: ‘Ik kies niet voor de satan.’ Gods Woord zegt in de tweede brief van Petrus: “Door wie men overmeesterd is, diens slaaf is men geworden” (2Pt 2:19). Je bent óf overmeesterd door de Heer Jezus, door zijn geweldige liefde, óf je bent nog altijd in de macht van de satan, of je dat nu wilt geloven of niet.
Sinds het paradijs zijn er twee wegen, die al in het paradijs zijn aangegeven: enerzijds is er de boom van het leven, anderzijds de boom van de kennis van goed en kwaad. God heeft tegen de mens gezegd: van alle bomen mag je eten, behalve van die ene boom, daarvan moet je afblijven. Dan komt de satan bij Eva, en hij krijgt het voor elkaar om Eva naar die boom van de kennis van goed en kwaad te laten kijken zoals hij, de satan, daarnaar kijkt. Eva stelt zich open voor die suggestie. Wat de satan zegt, is dat God helemaal niet zo goed is. Hij houdt iets voor je achter. Hij weet dat als je van die boom eet, je dan als God zult zijn. En dat wil Hij niet. De gedachte dat God niet goed is, heeft tot vandaag in het denken van talloze mensen postgevat.
God is goed
Er is er maar één die goed is, en dat is God (Mk 10:18). Die goedheid heeft Hij bewezen. Naar mensen die Hem de rug hebben toegekeerd, mensen die zich in opstand tegen Hem hebben gekeerd, is Hij in liefde en genade toegekomen door Zijn Zoon naar hen te zenden om hen te behouden. Wat was het antwoord van de mensen daarop? Toen God in liefde en genade kwam, hebben zij Zijn Zoon genomen, gemarteld en aan het kruis gespijkerd. Ze hebben Hem vermoord. Op God Die Zich zo diep boog, heeft de mens zijn voet gezet en Hem vertrapt.
Dat is de mens: hopeloos verdorven, hopeloos in opstand tegen God. En dan te beseffen dat God is doorgegaan en die mens niet direct in de hel heeft geworpen. Integendeel, Hij heeft direct al in Eden voorzien in een offer, want Hij heeft Adam en Eva bekleed met rokken van een vel. Dat vel kon niet anders zijn dan van een dier dat geslacht is, wat betekent dat er bloed moest vloeien.
Daardoor keek Hij vooruit naar het offer dat Zijn Zoon zou brengen. De Heer Jezus is gekomen en heeft Zijn werk op het kruis volbracht. Hij is drie dagen in de dood geweest. Hij is opgestaan en is nu in de heerlijkheid. En Hij komt binnenkort terug. Hij kan vandaag komen. Iedereen die in Hem gelooft, zal Hij tot Zich opnemen in de lucht. Hij roept hen tot Zich (1Th 4:15-18). Zij die Hem kennen, die Zijn stem kennen, zoals in het evangelie naar Johannes staat: Zijn schapen horen Zijn stem (Jh 10:16). Als die stem klinkt, gaan allen die hier aanwezig zijn en de Heer Jezus kennen, mee.
Het is nu nog de tijd van genade. God voegt nog steeds toe. Je hebt geen enkel recht op de volgende seconde. Elke seconde die God aan je leven toevoegt, is een bewijs van Zijn genade. Want Hij wil niet dat er iemand verloren gaat. Hoe vreselijk is het om verloren te gaan.
Een rijke en een arme op aarde
De Heer Jezus heeft hierover gesproken in de geschiedenis die we hebben gelezen in Lukas 16. Dit is geen gelijkenis. Hij heeft veel gelijkenissen uitgesproken, maar in geen enkele gelijkenis heeft Hij namen genoemd. Hier noemt Hij namen: de naam van Abraham, de naam van Lazarus. De Heer Jezus laat ons zien hoe het hiernamaals eruitziet. Er zijn daar twee afdelingen, met in elke afdeling een categorie mensen. Maar Hij vertelt eerst wat er op aarde aan voorafgaat. Wat Hij vertelt, is iets wat we vandaag de dag herkennen. Er is een rijk mens, die elke dag vrolijk en prachtig leeft. Het leven voor die man is één groot feest. Hij gaat prachtig gekleed, als een koning, en zo voelt hij zich ook. En heerlijke dingen op tafel, daar geniet hij van. Buiten, aan zijn voorpoort, ligt die arme Lazarus, die vol verlangen kijkt naar die tafel vol lekkers, en hij kijkt naar de honden die daar rond die tafel lopen en heerlijk kunnen smullen van het eten dat van die tafel valt. En oh, kon hij maar even tot zich nemen wat die honden eten. Maar niemand werpt het hem toe.
Maar het moment van de waarheid komt, dat is het moment van de dood. We lezen dat het op een bepaald moment gebeurt dat de arme sterft en in de schoot van Abraham komt. De engelen komen en dragen hem daarheen. Van de rijke staat dat hij sterft en wordt begraven. Nee, er is niets tegen rijkdom. Waar het om gaat, is een verkeerd gebruik van de rijkdom, dat wil zeggen dat je de rijkdom die je hebt alleen voor jezelf gebruikt. Wij leven hier, beste vrienden, in een werelddeel waar welvaart is, waarin het, ik zeg het algemeen, misschien met een enkele uitzondering, toch wel goed met ons gaat. Wat doen wij met onze middelen, met onze goederen? Ik weet dat heel wat christenen hun rijkdom overmatig gebruiken. Zulke christenen leven een heel gemakkelijk leventje, waarin je nergens gebrek aan hebt. Er zijn christenen die zich elke dag vol eten alsof ze morgen moeten sterven. Er zijn ook christenen die huizen hebben alsof ze hier duizend jaar moeten leven. Dat is niet het christendom waar God op zit te wachten.
Christendom wordt gezien in wat de naam Lazarus betekent. Lazarus betekent: God is mijn hulp. Dat heeft Lazarus laten zien. Hij is in zijn omstandigheden niet in opstand gekomen en heeft niet gezegd: ik wil het tenminste zo goed hebben als anderen. Hoeveel christenen willen niet wat een ander ook heeft? De jaloersheid die opdrijft tot het kopen en aanschaffen van dingen die we niet kunnen betalen, waarvoor we ons nodeloos in de schulden steken. Gewoon om mee te doen. Ik hoorde van een gemeente waar iemand een caravan had. Enige tijd later hadden ze allemaal een caravan. Zo kan het ook gaan met je huis. Iemand bouwt er een etage op, ik ook een etage erop. Mee willen doen. Het niet kunnen verdragen dat anderen iets meer of iets beters hebben. De nieuwste telefoon. Die moet ik ook hebben. Of een computerspel. Ik moet het hebben, want hij of zij heeft het ook. Dat verlamt de christen. Dan blijkt vaak dat het christenzijn niet meer is dan een vernislaagje. De manier waarop je met je aardse bezittingen omgaat, laat zien of je echt voor de Heer Jezus leeft.
Hoe wordt er aan ons gedacht na onze dood?
Soms is het goed om na te denken over hoe ik me voorstel dat mensen aan mij terugdenken als ze bij mijn graf staan. Hoe wil ik dat er dan over mij gesproken wordt? Meestal geldt: over de doden niets dan goeds. Begrafenissen zijn wat dat betreft soms huichelachtige gelegenheden. Iemand wordt de hemel in geprezen, terwijl hij op aarde als een ongelovige heeft geleefd. Maar hoe wil ik herinnerd worden? Als iemand die voor de Heer Jezus heeft geleefd, die met wat hij bezat de Heer heeft gediend en anderen heeft geholpen? Voor de Heer, niet om erkenning te zoeken of te krijgen, schouderklopjes te ontvangen, maar voor de Heer. Of zal er gezegd moeten worden: hij of zij was best een goed mens, maar veel van Christus heb ik er niet in gezien. Altijd druk met allerlei dingen op aarde. Vakanties plannen. Er zijn mensen die uren kunnen praten over vakanties, geweldige diavoorstellingen kunnen laten zien, doodvermoeiend om bij aanwezig te zijn. Zelf genieten ze er geweldig van, elke keer weer opnieuw. Is dat het leven? Het is niet prettig als je bij iemand komt die uren praat over zijn vakantie in een land waar jij nooit zult komen. Realiseer je dat je zelf ook wel eens over dingen praat waarmee je een ander dodelijk vermoeit. Waarmee kunnen we elkaar dienen? Dat is toch met iets over de Heer Jezus?
Op het moment dat we onze ogen opslaan in de eeuwigheid, of iets eerder nog, op het moment dat we op ons sterfbed liggen, stel dat we dat meemaken. Ik heb niet de indruk dat er iemand op zijn sterfbed ligt, aan de eeuwigheid denkt en dan denkt: jammer dat ik toch niet een hoger level op mijn computer heb gehaald. Begin er nu mee om dat hogere level uit je denken te zetten. Weg ermee. Begin om een hoger level te krijgen in Bijbelkennis. Laten we eens wat teksten leren. Hoe zit het met teksten leren? Er was onlangs in Zeeland een jongerenconferentie met 120 jonge mensen van kerkelijke achtergrond. Na afloop kwamen er twee meisjes naar me toe, rond de 18 jaar, die vroegen: kunt u ons vertellen hoe wij het beste bijbelteksten uit ons hoofd kunnen leren? Ik heb ze daar een paar tips voor gegeven. Even e-mailcontact gehad, en toen zeiden ze op een gegeven moment: We willen zoveel leren uit de Bijbel dat we er niet meer uitkomen. Wat moeten we nu wel doen en wat niet? Waar zijn zulke jonge mensen nog? Die moet je soms afremmen. Je moet ook goed je huiswerk doen en je mag ook tijd nemen voor ontspanning. Maar het Woord van God in je hart opnemen, het verlangen, zoals het staat in de brief aan de Kolossenzen, dat het Woord van Christus rijkelijk in je mag wonen (Ko 3:16), dat is waar het om gaat.
De omgekeerde rollen na de dood
Die rijke man is in de hades, in de plaats van pijn. Als hij zijn ogen opslaat, terwijl hij in pijnen verkeert, lezen we niet dat hij verlangt bevrijd te worden uit de hel of dat hij zich wil bekeren. Er is niemand in de hel die, terwijl hij op aarde niet om God heeft gegeven, niet van God heeft gehouden, in de hel plotseling van God gaat houden of liefde voor God krijgt. Het enige wat de man wenst, is een beetje verkoeling, een beetje verlichting van zijn pijnen. Wat antwoordt Abraham hem? Hij zegt tegen hem: ‘Beste man, bedenk dat jij al het goede hebt ontvangen tijdens je leven.’ Ja, hij heeft het goede ontvangen. Hij is een man die zegt: Ik heb niets gekregen, maar er zelf hard voor gewerkt, iemand die zegt: Ik ga nog grotere schuren bouwen, want daar zal ik al mijn rijkdom in doen (Lk 12:16-21). De rijke man heeft voor zichzelf geleefd en er niet aan gedacht dat hij het ontvangen heeft. Maar hij wordt er wel aan herinnerd. Iedere ongelovige wordt eraan herinnerd: In je leven heb jij zoveel ontvangen.
Christenen lezen het in de Bijbel: Wat heb je dat je niet hebt ontvangen (1Ko 4:7)? Er is voor ons, mensen, niets om ons op te beroemen, te denken: ‘Ik heb het toch een beetje verder geschopt dan hij of zij, ik heb het toch een beetje beter aangepakt.’ Als je het iets beter mag hebben dan een ander, er iets leuker mag uitzien, iets gezonder bent, iets beter kunt leren, is dat niet iets om op te beroemen. Je hebt het ontvangen. Laten we ons dat goed realiseren. Wat doen we daarmee?
Wat zegt Abraham tegen hem: Lazarus krijgt nu een heleboel wat hij op aarde niet had? Nee, hij zegt dat Lazarus hier wordt vertroost. Dat is een mooie uitdrukking. Er wordt niet gezegd: Lazarus krijgt een geweldige zegen, maar: hij wordt vertroost. Ik weet niet of er hier zijn die veel nood hebben, ellende kennen, geen uitweg zien, maar toch vast willen houden aan de Heer. Tot hen zegt de Heer Jezus: Zalig zijn die treuren, want ze zullen vertroost worden (Mt 5:4). Het moment, of beter, de eeuwigheid van vertroosting komt.
Geen tekenen en wonderen, maar het Woord van God
De hel is de plaats van onverhoorde gebeden. Wanneer de man aan Abraham vraagt om Lazarus te zenden en zijn tong te verkoelen met een druppel water, zegt Abraham: in de hel worden geen gebeden meer gehoord. Vervolgens zien we bij de man iets opmerkelijks: hij vraagt Abraham om Lazarus naar zijn broers te sturen, “opdat hij ernstig tot hen kan getuigen, zodat zij niet komen in deze plaats van pijn”. Op aarde heeft de man nooit enige evangelisatiedrang gehad, maar nu wil hij in elk geval dat zijn vijf broers niet komen waar hij is. Want, zo zegt hij, dat “zij niet komen in deze plaats van pijn”. Dan zegt Abraham: “Zij hebben Mozes en de profeten, laten zij naar hen luisteren.” “Nee,” zegt de man, “vader Abraham, maar als iemand van [de] doden naar hen toe gaat, zullen ze zich bekeren.” En Abraham herhaalt: “Als zij naar Mozes en de profeten niet luisteren, zullen zij, ook als iemand uit [de] doden opstaat, zich niet laten overtuigen.”
Het grootste wonder brengt niemand tot bekering. Daar moeten we ook helemaal niet op uit zijn. We lezen dat er in de eindtijd vele tekenen en wonderen zullen zijn, maar dat dit tekenen en wonderen van de leugen zijn (2Th 2:8-9). Laat je daarom niet misleiden door allerlei opzienbarende gebeurtenissen, alsof dat het werk van Gods Geest zou zijn. Er is veel misleiding. Later heeft de Heer een andere Lazarus uit de dood teruggeroepen (Jh 11:43-44). Misschien waren die vijf broers daar wel bij. Ze hebben iemand uit de dood zien opstaan. En wat lees je dan? Dat de overpriesters besluiten ook Lazarus te doden (Jh 12:9-11). Mensen die niet willen geloven, geloven zelfs niet het grootste wonder. En het grootste wonder is natuurlijk de opstanding van de Heer Jezus. En wat lezen we daarvan? De soldaten kregen geld van de overpriesters om de leugen te verspreiden dat de discipelen Hem gestolen zouden hebben (Mt 28:11-15).
Ik wil jullie op het hart binden: zoek niet naar tekenen en wonderen. Het gaat om het bestaan van de hel, niet om bijna-doodervaringen, en ook niet om de walgelijke uitspraken van een vrouw die een boek heeft geschreven waarin ze beweert door Jezus in de hel te zijn rondgeleid en daar nu een soort bediening in ziet om ervoor te waarschuwen. Deze duivelse misleiding brengt ons niet tot de overtuiging dat er een hel is. Alleen het Woord van God doet dat, en daar moeten we naartoe, boven alles, naar Mozes en de profeten, naar het hele Woord van God. Dat kun jij lezen, je hebt het in handen, in je eigen taal. De vraag is alleen: hoe is het in je hart? Heb je honger naar het Woord? Verlang je naar het Woord? Ja, het Woord is confronterend, het houdt je een spiegel voor. Daarvoor kun je niet wegvluchten. Het Woord is scherper dan een tweesnijdend zwaard (Hb 4:12) en legt al je motieven bloot.
Ze hebben Mozes en de profeten; daar moeten ze naar luisteren. Daarom wil ik ertoe oproepen: als je de Heer Jezus kent, lees en bestudeer Gods Woord, eet het (Jr 15:16), zodat het je helemaal doordringt en je weet wat Gods plan, Gods wil is, wat Gods bedoelingen zijn met jou persoonlijk, met Israël, met de gemeente, met de wereld. Daarin vind je de blauwdruk van Gods plan. Waar zijn zij die vol zijn van het Woord, die het Woord kennen?
Wij zijn zo snel tevreden met: ‘Als je Jezus kent en je hebt je zonden beleden, dan kom je in de hemel, en verder kun je hier heerlijk je gang gaan,’ zo in de zin van hier lekker freewheelen en straks de hemel binnenglijden. Maar zo is het niet. Christus volgen betekent smaad lijden, want alleen als wij met Hem lijden, zullen wij ook met Hem verheerlijkt worden (Rm 8:17). Als je dat erkent, is dat omdat je overtuigd bent van het feit dat er een hel is en dat je hebt ingezien dat je die verdiend hebt. De hel is het enige waarop we recht hebben. Mensen zitten vol met rechten: ‘Ik heb recht hierop, ik heb recht daarop.’ Maar we hebben nergens recht op. Als je dat erkend hebt, en dat de Heer Jezus voor jouw zonden aan het kruis het oordeel van God over jouw zonden heeft gedragen, dan kan het niet anders dan dat je nu helemaal voor Hem wilt leven.
Wie er in de hel zullen zijn
Dan wil je ook weten hoe het met de tegenpartij afloopt. In het boek Openbaring hebben we dat gelezen. Veel christenen vinden Openbaring een moeilijk of zelfs eng boek, want de duivel wil natuurlijk dat je het niet leest. Weet je waarom? Omdat zijn einde daarin beschreven wordt, en hij wil niet dat jij dat weet. Hij wil niet dat je weet dat de duivel daar terechtkomt, samen met allen die hem volgen. De hel is niet bereid voor mensen, maar voor de duivel en zijn engelen, zegt de Heer Jezus (Mt 25:41). Toch komen er mensen omdat ze bij de duivel horen. Voordat de duivel erin wordt geworpen, wordt hij eerst duizend jaar gebonden en in de afgrond geworpen (Op 20:1-3). In die periode van duizend jaar regeert de Heer Jezus over de hemel en de aarde, dat is het duizendjarig vrederijk. Na die tijd van vrede wordt de satan een kort ogenblik losgelaten. Dan gaat de hele wereld massaal achter hem aan (Op 20:7-8). Onvoorstelbaar: duizend jaar genoten van de grootste zegen die je maar kunt bedenken, want de Heer Jezus, de Vredevorst, regeert, er is vrede, en dan die opstand.
In het vrederijk worden kinderen geboren. Duizend jaar lang worden er talloze kinderen geboren. Maar ook in het vrederijk is het nodig om tot bekering te komen, om een nieuw leven te krijgen, te erkennen dat je een zondaar bent. Velen zullen zich, zo zegt het Woord van God, slechts schijnbaar onderwerpen, huichelachtig. En als de satan dan wordt losgelaten, zullen van het einde van de aarde mensen massaal hem achternagaan in opstand tegen God. Dan komt er vuur van God uit de hemel en verteert hen (Op 20:9). Dan zien we dat de satan wordt geworpen in de poel van vuur. De duivel en zijn volgelingen worden geworpen in de poel van vuur en zwavel, waar ook het beest en de valse profeet zijn (Op 20:10). Het beest is de aanvoerder, de dictator, de regeerder van het herstelde West-Romeinse Rijk, het verenigde Europa van die tijd. Daar gaan we snel naartoe.
Jullie, Belgen, hebben de twijfelachtige eer om de eerste president (voorzitter) van Europa te leveren. Bijna was het iemand uit Nederland geweest, maar het maakt mij niets uit, want het is de voorloper van het beest. Je hoeft daar geen enkele waardering voor te hebben, geen enkel trots gevoel over te krijgen. Het is een verschrikking, dat beest, de man die uiteindelijk hier in Europa de touwtjes in handen krijgt. Vervolgens krijgen wij te maken met de antichrist die in Israël zal opstaan en zich in opstand tegen Christus openbaart. Zij worden door Christus als eersten gegrepen en als eersten als levende wezens in de hel geworpen. Als de duivel na de duizend jaar er ook in geworpen wordt, treft hij deze personen daar al aan. Ze worden gepijnigd tot in alle eeuwigheid.
Er is niet zoiets als een tijdelijke pijniging. Het vagevuur is een vreselijke misleiding. Er is ook niet zoiets als een zielenslaap. Ook dat is een vreselijke misleiding. Als je Gods Woord in alle rust en onbevangen leest, is dat glashelder. Gods Woord is duidelijk voor wie wil zien: de eeuwigheid is een eeuwigheid, dat kun je niet beperken tot een bepaalde tijd. Zoals er eeuwig leven is, is er ook eeuwige straf (Mt 25:46). Je kunt niet zeggen dat de eeuwige straf een tijdelijke straf is. Eeuwig staat tegenover tijdelijk: “De dingen die men ziet zijn tijdelijk, maar de dingen die men niet ziet zijn eeuwig” (2Ko 4:18).
De Rechter op de troon
Die eeuwige straf is het vonnis dat wordt uitgesproken door Hem Die op de grote, witte troon zit (Op 20:11). We zijn hier op het keerpunt tussen tijd en eeuwigheid; hemel en aarde zijn weggevlucht, en er is een grote, witte troon. Het is een grote troon omdat Hij Die erop zit groot en volmaakt is. Het is een witte troon omdat Hij Die erop zit absoluut zuiver en rein is. En daar komen ze: “de doden, de groten en de kleinen”. Dat heeft niets met lichaamslengte te maken, maar met zondaren. Daar zien we de massamoordenaars staan, van wie wij zeggen: ja, die hoort er ook. We zien daar de kruimeldief staan, en ook de brallende politicus die volksmenigten heeft misleid door zijn taal, maar ook de heel onopvallende, brave huisvader die altijd netjes voor zijn gezin heeft gezorgd. Ze staan daar, de groten en de kleinen. Zij hebben dit gemeen: ze hebben hun leven voor zichzelf geleefd.
De boeken worden geopend
Dat wordt feilloos aangetoond, want de boeken worden geopend. Alle werken van alle mensen staan daarin foutloos genoteerd. Niemand heeft enig weerwoord. Dan is er geen advocaat meer, daarvoor is het te laat. De Advocaat is er nu nog, dat is de Heer Jezus, maar dan niet meer. De boeken worden geopend. Overigens, even tussendoor, is dat een bijzondere troost voor allen die een kindje hebben moeten missen dat doodgeboren is of heel jong gestorven. Zo’n kindje heeft geen boze werken kunnen doen. Mensen worden geoordeeld naar hun werken; alle baby's die gestorven zijn voor de jaren van onderscheid, zijn allemaal in de heerlijkheid. Van hen staan geen werken genoteerd, ze hebben geen werken gedaan. Alle geaborteerde kinderen, door moordenaars gedood, zullen daar zijn. Het is leven, door de levende God gegeven, echter zonder dat zij werken hebben gedaan.
Als de boeken worden geopend, zal iedereen verstommen, ook de mens met de grootste mond, die nu nog zegt: ‘Als ik bij God kom, dan zal ik Hem wel eens eventjes vertellen hoe ik erover denk.’ Wat een dwaasheid, wat een aanmatiging. Feilloos, haarscherp wordt ieder voorgehouden wat hij heeft gedaan en gedacht van seconde tot seconde, ja, ook alle overleggen van het hart komen openbaar (1Ko 4:5). Er zijn mensen die zich keurig kunnen gedragen, zich bijzonder beheersen. Hun woorden zijn weloverwogen, maar als je in hun hart zou kunnen kijken… Wij kunnen met onze woorden onze werkelijke gedachten verbergen. We kunnen elkaar voor de gek houden, maar God niet. Het staat allemaal genoteerd en wordt daar openbaar gemaakt.
Dan lezen we: “De doden werden geoordeeld volgens wat in de boeken geschreven was, naar hun werken. En de zee gaf de doden die in haar waren” (Op 20:12-13). De zee is een groot monster dat door de eeuwen heen tallozen heeft opgeslokt. De zee is een enorm graf. Maar of ze nu door de haaien zijn opgegeten, God zal ze allemaal naar boven brengen. Door zijn machtige kracht, want hemel en aarde zijn weggevlucht, staan ze daar. Ze staan. God houdt ze daar staande. Ze kunnen niet weg, ze kunnen nergens heen. Als de Heer Jezus komt om te oordelen, kan er nog gezegd worden “tegen de bergen en tegen de rotsen: Valt op ons en verbergt ons”. Maar als ze voor de grote, witte troon staan, is er niets meer. Daar staan ze, allemaal naakt en geopend.
De zee en de dood en de hades “gaven de doden die in hen waren, en zij werden geoordeeld, ieder naar zijn werken”. De dood betreft het lichaam, de hades betreft de ziel. Ze leveren allemaal hun prooi in; ze kunnen niet anders, want God is almachtig. Niemand kan voor Hem weglopen. Je kunt het proberen, maar je zult Hem uiteindelijk ontmoeten. Daarom is het zo belangrijk om nu, vandaag, die ontmoeting met God te hebben. De profeet Amos zegt tegen jou: “Maak u gereed om uw God te ontmoeten” (Am 4:12). Als hier iemand is, bereid je voor op die ontmoeting die je niet kunt ontlopen. Ga met je zonden, je werken, je boze daden en gedachten naar Hem toe en vraag Hem om genade. God vindt “geen vreugde in de dood van de goddeloze, maar daarin dat de goddeloze zich bekeert van zijn weg en leeft!” (Ez 33:11).
Anders zal het zo gaan als hier: “En de dood en de hades werden geworpen in de poel van vuur. Dit is de tweede dood, de poel van vuur” (Op 20:14). Vervolgens krijg je als het ware een dubbelcheck: De boeken werden geopend in vers 12a (Op 20:12), en een ander boek werd geopend, namelijk het boek van het leven, staat er in vers 12b (Op 20:12). Nu wordt er in vers 15 (Op 20:15) teruggekomen op het boek van het leven, en daar lezen we: “Als iemand niet geschreven gevonden werd in het boek van het leven, werd hij geworpen in de poel van vuur.”
Een boek met de daden, de werken, wordt geopend, en later wordt er nog een boek geopend: het boek van het leven. Misschien blader je koortsachtig door dat boek om te kijken of je naam er toch niet ergens tussen staat, in kleine lettertjes. Maar je naam staat er niet in. Het leven is afwezig, het leven is er nooit geweest, want zo is het met de zondaar: die heeft geen leven. Hij is dood in zijn “overtredingen en zonden” (Ef 2:1). Er is maar één manier om leven te krijgen, en dat is door naar de Heer Jezus te gaan. Hij is “de weg en de waarheid en het leven” (Jh 14:6). Hij is “de opstanding en het leven” (Jh 11:25). Dat leven gun ik iedereen.
Als jij weet dat je een kind van God bent en het leven hebt, kun je nadat je dit hebt gehoord niet meer doorgaan met leven zoals je hebt geleefd en voorbijgaan aan mensen die naar de hel gaan. Dan zul je gaan bidden of de Heer je een open oog en een bewogen hart geeft. Paulus zegt in de tweede brief aan de Korintiërs: “Daar wij dan weten hoezeer de Heer te vrezen is, overreden wij [de] mensen” (2Ko 5:11a). Dat is niet een vriendelijk verzoek, zo van: ‘Joh, zou je het ook niet proberen? Baat het niet, het schaadt toch ook niet? Als je niet wilt, even goede vrienden hoor.’ We hebben het niet over een of ander aards product. Het gaat om de eeuwigheid! Het gaat om de enige Weg en de absolute noodzaak om die Weg te gaan.
Iemand heeft gezegd: We zouden eigenlijk allemaal eens vijf minuten in de hel moeten zijn. Dat zou van ons veel betere evangelisten maken. Toch hoeft dat niet, want we hebben het Woord van God. En als het Woord ons niet aanspreekt, dan is er niets wat ons aanspreekt. Als jij niet bereid bent om je met Gods Woord bezig te houden, kun je wel honderd preken beluisteren en talloze evangelisatieactiviteiten doen, maar dat is allemaal waardeloos. Het Woord van God is onze inspiratiebron en dat alleen. Als we daarnaar luisteren, zullen we de mensen willen vertellen en laten weten dat “het de mensen beschikt is eenmaal te sterven en daarna het oordeel” (Hb 9:27).
Voordat dit oordeel wordt geveld, zal de Heer Jezus voor de tweede keer verschijnen. Als Hij dan komt, zal dat niets met Zijn werk voor de zonde te maken hebben, want het zondeprobleem is eens voor altijd opgelost bij Zijn eerste komst. Als Hij voor de tweede keer komt, is dat niet meer in vernedering, maar in heerlijkheid. Hij heeft het werk op het kruis volbracht. Hij heeft alles wat een hindernis was tussen God en mensen weggenomen voor ieder die gelooft.
“In een talrijk volk ligt de glorie van een koning” (Sp 14:28a), dat is de Heer Jezus. Hij zal verheerlijkt worden in de velen die voor Hem hebben gekozen. God maakt dat mede afhankelijk van onze inzet. Ik hoop dat wij daarvan overtuigd zijn en in de kracht van de Geest van God daarvoor ook aan het werk gaan.