Dit is een gevoelig onderwerp. Ik bid om de hulp van de Heer bij het beantwoorden ervan, om dat in de juiste gezindheid en met gepaste behoedzaamheid te doen.
Inleiding
Dit is een gevoelig onderwerp. Ik bid om de hulp van de Heer bij het beantwoorden ervan, om dat in de juiste gezindheid en met gepaste behoedzaamheid te doen. Ik wil graag met de vraagsteller en lezer delen wat mij hierover uit Gods Woord duidelijk is geworden. Het is aan ieder om zelf aan de hand van Gods Woord na te gaan of dat zo is. Ik ga er ook vanuit dat het slachtoffer door berouw over zijn of haar zonden en geloof in de Heer Jezus een kind van God is en een levende relatie met Hem heeft.
Ik besef dat het om een situatie gaat waaraan wanhoop, woede, verdriet en pijn zijn verbonden. In het recente verleden heb ik een echtscheiding van een slachtoffer van nabij meegemaakt en meebeleefd. Het heeft een zee van ellende veroorzaakt. De hoogste golven zijn enigszins bedaard, maar ze kunnen af en toe weer hoog opgezweept worden en je overspoelen. Je vraagt je regelmatig af: ‘O God, waarom hebt U dit laten gebeuren?’
Als God almachtig is, waarom heeft Hij het dan niet voorkomen? Voor mij is het belangrijk geworden om eraan vast te houden dat God ook het zwaarste lijden dat een mens buiten zijn wil kan treffen, wil gebruiken om ons naar Zich toe te trekken. Daar wil ik aan vasthouden.
In het boek Job, dat gaat over een man die onschuldig lijdt, heb ik een antwoord gevonden dat mij houvast geeft en dat ik met je wil delen. Misschien heb je er iets aan. Daar zegt Job van God: “Hij is wijs van hart en sterk van kracht” (Jb 9:4). Hier heb ik ontdekt dat de almachtige God “wijs van hart” is. Zijn kracht staat in dienst van Zijn wijsheid. Als Hij welke vorm van lijden ook toelaat, is dat geen gebrek aan kracht, maar zit daar wijsheid achter. Ik kies ervoor dat te blijven geloven.
Wat er is gebeurd, heeft mijn kijk op wat de Bijbel zegt over hertrouwen na echtscheiding niet veranderd. Het heeft mij wel de diepe emoties die een echtscheiding teweegbrengt leren ervaren. Ik kan enigszins aanvoelen wat er door een slachtoffer van echtscheiding heengaat. Ik zeg er direct bij dat het slachtoffer door diepten gaat die ik niet ken en waar ik ook niet bij kan. In zo iemand woedt een strijd en is een pijn die alleen de persoon zelf ervaart en waar geen ander in kan komen. De Enige Die daar volledig bij kan, is de Heer Jezus.
Wat zegt de Bijbel over echtscheiding en hertrouwen
Over hertrouwen na echtscheiding is al heel wat gezegd en geschreven. Op het internet kun je kennisnemen van diverse, tegenstrijdige opvattingen, waarbij de een even overtuigd is van zijn gelijk als de ander. Als ik mijn gedachten over hertrouwen na echtscheiding met je deel, wil ik je die in alle bescheidenheid voorleggen. Het is naar mijn overtuiging wat de Bijbel erover zegt.
In het Woord van God vinden we de oorsprong, de praktijk en het doel van het huwelijk. Als de farizeeën de Heer Jezus, om Hem te verzoeken, de vraag stellen: “Is het een man geoorloofd zijn vrouw te verstoten om iedere reden?”, is Zijn antwoord: “Hebt u niet gelezen dat Hij Die hen heeft geschapen, hen van [het] begin af als man en vrouw heeft gemaakt en gezegd heeft: ‘Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen en die twee zullen tot één vlees zijn’? Dus zijn zij niet meer twee maar één vlees. Wat dan God heeft samengevoegd, laat een mens dat niet scheiden” (Mt 19:4-6).
De Heer citeert volledig wat het Woord van God zegt. Tevens geeft Hij als de volmaakte Uitlegger de onomstotelijke verklaring van het vers dat Hij heeft geciteerd. Hij verbindt daaraan ook de conclusie. Hij laat er geen twijfel over bestaan dat het huwelijk twee mensen tot een volkomen eenheid vormt. Zo heeft God het gemaakt. Dat is de duidelijke uitleg. Zijn even duidelijke conclusie is: laat de mens die door God gemaakte eenheid niet scheiden.
In hun reactie op de woorden van de Heer wijzen de farizeeën op Mozes, die geboden heeft een scheidbrief te geven en haar te verstoten (Mt 19:7). In Zijn antwoord corrigeert de Heer hen. Mozes heeft niet geboden, maar vanwege de hardheid van hun harten toegestaan dat een man zijn vrouw verstoot (Mt 19:8). Vervolgens verwijst Hij weer naar het begin: “van [het] begin af is het echter niet zo geweest”.
Vervolgens zegt de Heer: “Ik zeg u echter, dat wie zijn vrouw verstoot, niet om hoererij, en met een andere trouwt, overspel pleegt; <en wie met een verstoten [vrouw] trouwt, pleegt overspel.>” (Mt 19:9). Met de woorden “Ik zeg u echter”, waarin het Goddelijke gezag van Zijn Persoon doorklinkt, gaat de Heer door met Zijn onderwijs over echtscheiding.
Echtscheiding of verstoting is een kwalijke zaak. Wie meent zich van de onlosmakelijke band van het huwelijk te kunnen ontdoen en daardoor ook nog eens vrij te zijn om met een ander die onlosmakelijke band aan te gaan, vergist zich. Hij pleegt overspel. Hetzelfde geldt voor iemand die met de verstoten vrouw trouwt, want deze verstoten vrouw is nog altijd onlosmakelijk aan haar man verbonden.
De uitzondering “niet om hoererij”, die ook wordt genoemd in Mattheüs 5 (Mt 5:32), moeten we nader bekijken. Het is van belang erop te letten dat in beide gevallen niet staat: uit oorzaak van of om overspel, maar: uit oorzaak van of om hoererij. De situatie die de Heer hier bedoelt, is een situatie zoals we die bij Jozef en Maria in hoofdstuk 1 van dit evangelie zien, het enige evangelie waarin deze uitzondering wordt genoemd (Mt 1:18-19).
Jozef en Maria waren ondertrouwd (Mt 1:18). Er had nog geen officiële huwelijksvoltrekking plaatsgevonden. Toch spreekt de Heilige Geest over Jozef als de man van Maria (Mt 1:19) en spreekt de engel van de Heer tot Jozef over Maria als zijn vrouw (Mt 1:20). Dat geeft aan dat de status van ondertrouw bijna gelijk is aan die van een huwelijk. Als in de ondertrouwde status een van beiden met een derde geslachtsgemeenschap heeft, is dat geen overspel maar hoererij. In dat geval geeft de Heer de mogelijkheid om te verstoten. Dat wilde Jozef ook met Maria doen (Mt 1:19). Hij wordt daarover ook niet door de engel namens God vermaand. Als Jozef hoort wat er werkelijk is gebeurd, neemt hij Maria weer tot zich.
Er is een misverstand waarop ik nog wil wijzen. Dat betreft de gedachte dat iemand die trouwt met iemand die gescheiden is, voortdurend in overspel leeft. Deze dwaling berust op een verkeerde uitleg van wat er in vers 9 staat. In de praktijk veroorzaakt deze leer grote geestelijke nood, zoals mij in contacten is gebleken. Ik heb daarom een expert in het nieuwtestamentisch Grieks, die ik ken en vertrouw, gevraagd wat er letterlijk in het Grieks staat.
Hij schrijft:
De teksten waarover wij het hadden in ons telefoongesprek vanavond, zijn Mt 5:32 en Mt 19:9. In beide plaatsen staat ’moichatai’, oftewel ‘pleegt overspel’. In de visie die jij en ik afwijzen, concludeert men uit het praesens ’moichatai’ dat de desbetreffende man of vrouw permanent in overspel leeft en dus permanent zondigt.
Dit is een misverstand. Het berust op een verkeerde visie op de betekenis van het aspect van het praesens, namelijk dat deze tijdsvorm iets permanents, iets wat continu doorgaat, zou aangeven. Het praesens is echter in zoverre aspectloos dat het altijd gemarkeerd/beperkt wordt door/tot de directe samenhang.
Dat betekent dat in Mt 5:32 de vorm ‘pleegt overspel’ wordt beperkt door het direct voorafgaande ’wie een verstotene trouwt’ – de conclusie is daarom dat de huwelijkssluiting niet mag plaatsvinden omdat die het karakter heeft van overspel. In Mt 19:9 staat dat wie zijn vrouw verstoot, niet om hoererij, en met een andere vrouw trouwt, overspel pleegt. Ook hier hetzelfde: deze specifieke huwelijkssluiting mag niet plaatsvinden, omdat die het karakter heeft van overspel. Kortom: zo’n huwelijk mag niet, maar het kan wel.
Is er dan wel of geen huwelijk? Jazeker is er een huwelijk, en dat had niet gesloten mogen worden. Die huwelijkssluiting was de fout en die moet als zonde worden beleden. Maar daarmee is niet gezegd dat dit ten onrechte gesloten huwelijk ontbonden moet worden. Vergelijk het met een huwelijk tussen een gelovige en een ongelovige: dat had niet gesloten mogen worden, maar het is wel van kracht; het mag niet worden ontbonden (zie het onderwijs over dit onderwerp + over echtscheiding in 1Ko 7:10-15). [Einde citaat]
Het huwelijk is een verbond waarin twee mensen, een man en een vrouw, voor het leven aan elkaar verbonden zijn. De Schrift stelt duidelijk dat die band alleen door de dood van een van de huwelijkspartners wordt verbroken (Rm 7:2-3; 1Ko 7:39). Elke scheiding die eerder plaatsvindt dan de dood, is verboden. In Maleachi 2 staat dat God “het wegsturen … haat” (Ml 2:16). Er is geen reden te bedenken waarom man en vrouw elkaar zouden kunnen wegsturen, anders gezegd, zouden kunnen scheiden.
Ik weet dat zich in een huwelijk situaties kunnen voordoen die niet meer te verdragen zijn, zoals voortdurende ruzies, scheldpartijen, dronkenschap, mishandeling, een verhouding met een ander en overspel. Menselijk gesproken is het dan begrijpelijk dat door de partij die dit alles moet ondergaan, een echtscheidingsprocedure in gang wordt gezet. Maar de Heer Jezus heeft gezegd: “Wat dan God heeft samengevoegd, laat een mens dat niet scheiden” (Mt 19:6). Hier staat een duidelijk bevel: niet scheiden. Met de opmerking “niet ik, maar de Heer” verwijst Paulus daarnaar (1Ko 7:10).
Sommigen menen in het al aangehaalde Mattheüs 5 en Mattheüs 19 de enige uitzondering te zien die de gevraagde voorwaarde geeft (Mt 5:32; 19:9). Zoals gezegd betreft dat het geval waarin een van de partners heeft gehoereerd. De reden is, zo zegt men, dat door de partner die hoereert in feite de huwelijksband is verbroken door te hoereren, dat wil zeggen door met een ander geslachtsgemeenschap te hebben (1Ko 6:16). Die redenering klopt echter niet, want geslachtsgemeenschap buiten het huwelijk verbreekt geen wettig huwelijk, net zomin als door geslachtsgemeenschap buiten het huwelijk een huwelijk ontstaat.
Mocht er toch echtscheiding hebben plaatsgevonden, dan is de opdracht ook duidelijk: ongetrouwd blijven of zich met elkaar verzoenen (1Ko 7:11).
Ik moet hierbij opmerken dat ik zelf ook lange tijd van mening ben geweest dat hoererij een geldige reden was om te scheiden, totdat iemand mij erop wees dat er in de Schrift geen tekst te vinden is die dit ondersteunt. Ik ben dat nagegaan en heb inderdaad geen vers kunnen vinden waarin een situatie wordt genoemd die echtscheiding toestaat. Dat hoeft voor de vraagsteller en voor de lezer geen overtuigend argument te zijn, voor mij is het dat wel. Het betekent tegelijk ook dat hertrouwen niet is toegestaan.
Tot slot
Ik vel geen oordeel over situaties waarin een van de partners overspel pleegt en de ander, op basis van de uitzondering die de Heer noemt, opnieuw trouwt. Ik ga er daarbij vanuit dat het slachtoffer niet het initiatief heeft genomen om te scheiden. Het is altijd hartverscheurend als je hoort dat iemand dit overkomt. Je krimpt helemaal in elkaar als dit iemand al heel snel na de trouwdag overkomt. Er is veel pastorale zorg en wijsheid nodig om iemand in dit proces te helpen opkrabbelen uit de diepten van ellende waarin zo iemand is terechtgekomen.
Je kunt in een situatie terechtgekomen zijn die je nooit hebt gewild. Je kunt dingen hebben gedaan en gezegd die je niet kunt terugdraaien, terwijl je regelmatig met de gevolgen ervan wordt geconfronteerd. De gevolgen achtervolgen je. Het kan aan je blijven knagen. Weet dan dit: als je je zonden oprecht voor God hebt beleden, mag je er vast op vertrouwen dat Hij ze heeft vergeven. Lees en geloof wat God in Zijn Woord zegt en ga er in geloof op staan: “Als wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid” (1Jh 1:9).
Je mag dit weten: “De Heere, onze God, is vol barmhartigheid en menigvuldige vergeving” (Dn 9:9). Hij “vergeeft veelvuldig” (Js 55:7) en is “mild om te vergeven” (Ps 86:5). Hij is “een God [Die] menigvuldig vergeeft” (Ne 9:17). Hij kan zo zijn omdat Hij Zijn Zoon als het volmaakt onschuldige Slachtoffer tot zonde maakte. Dat heeft Hij gedaan, “opdat wij zouden worden gerechtigheid van God in Hem” (2Ko 5:21). Op die onwankelbare basis sta ik naast jou voor God, Die in de Heer Jezus onze Vader is geworden en Die ons Zelf liefheeft (Jh 16:27).
Met vriendelijke groet,
Ger de Koning